Lycklamabos

Het Lycklamabos in Gaasterland is van oorsprong een eiken- en berkenhakhoutbos en diende vanaf begin 1800 als hakhoutplantage. Later zijn er ook naaldbomen op het landgoed aangeplant. Het Lycklamabos maakt deel uit van een groter bosgebied tussen Balk en Oudemirdum en grenst aan het Starnumanbos, de Bremer Wildernis en de Nijemirdumerheide. Met de omliggende bossen en de glooiende weilanden en akkers vormt het een afwisselend landschap. 
In 1630 werd het bos verkocht aan grietman Rintcke Lycklama van Stellingwerf en zijn vrouw Doetcke van Wijckel. Er werd een buitenplaats gebouwd voor hun zoon Hans Lycklama die in 1637 grietman van Gaasterland werd.
Het huis diende als woning evenals voor Regnerus Lycklama van Wijckel die in 1637 grietman werd. (Hij werd ook wel baron Rengers genoemd.)

In de 19e eeuw erft de familie Van Swinderen het huis en de bossen. Het huis wordt verbouwd en dient dan ook weer als grietmanwoning. Voordat het huis in 1845 wordt gesloopt, woont er ook nog het echtpaar Petronella Rinia van Nauta uit Sondel en jonkheer Casparus Govardun Johannes Daehne van Varick.
In het begin van de 18e eeuw werd in het Lycklamabos een jachthuis gebouwd. Hoewel dat jachthuis is verdwenen, is de laan met oude beuken nog steeds zichtbaar.

Eikenhakhout 
Begin 1800 werd het bos uitgebreid en kreeg de functie van plantage voor hakhout. Dit hakhout werd gebruikt voor geriefhout, brandhout en de eek. Eek is de eikenschors waaruit looizuur werd gewonnen voor leerlooierijen. Vaak liet men op de hoek van een perceel hakhout een enkele eik staan die mocht doorgroeien. Deze zogenaamde nummerbomen zijn nu de oudste en dikste eiken in het bos. 
Omdat de bodem door een slecht doorlatende laag keileem erg nat was, werd een netwerk van greppels gegraven voor de afwatering. Het bos werd zo verdeeld in smalle stroken. Met de grond uit de greppels werd de strook ernaast opgehoogd. Langs de greppels zijn veel verschillende soorten varens te vinden, zoals de bijzondere koningsvaren. 

Wissels 
De bekendste bewoner van de Gaasterlandse bossen is de das. Dit schuwe nachtdier laat zich overdag zelden zien, maar op veel plekken zijn de zogenoemde wissels te zien. Dit zijn de sporen op de grond waar de das, maar ook reeën langs gaan. In de schemering is er zelfs kans een vos te zien. 

Heide 
Eén van de kapvlakten in het bos is een aantal jaren geleden afgeplagd. Daar heeft zich nu een stukje heide ontwikkeld.