Straatnamen

WAAR WOON JE EIGENLIJK?

Gaasterland:

In de ijstijden schoven  enorme massa’s ijs vanuit Noord-Europa richting zuiden. Grote stenen die meeschoven, werden vermalen tot keileem. Deze schuivende massa stapelde ijs en keileem op tot hoogten. Als aan het eind van de ijstijden begon het ijs te smelten. Het keileem bleef  achter en vormde zo de hoogten in Gaasterland.

In het gebied dat we nu Gaasterland noemen, woonden blijkbaar lang geleden al mensen. Bij toeval werd in 1849 in het Rijsterbos een steenkist gevonden. Een dergelijke grafkamer diende als begraafplaats voor belangrijke mensen die zo’n 2000 jaar geleden hier leefden.

In het jaar 12 voor Christus kreeg de Romeinse veldheer Drusus de opdracht van keizer Augustus om een veldtocht te houden in Noord-Europa. Drusus sloot tijdens die veldtocht een verbond met de Batavieren en ook met een volk dat hij vanwege hun gekrulde haar “Frisii” noemde.

In het jaar 58 namen de Friezen braakliggende stukken grond langs de oever van de Rijn in gebruik. De gronden behoorden toe aan het Romeinse Rijk. De Romeinen gaven de Friezen de opdracht om het gebied te verlaten. Twee Friese koningen Malorix (geërde koning) en Verritus (uitmuntende hardloper) gingen in het jaar 59 na Christus naar keizer Nero om hun rechten op het gebied te bepleiten. Helaas zonder succes en enige tijd later werden de Friezen uit het gebied verjaagd.

Rond 1200 vormde Gaasterland het grootste deel van het graafschap Suthergo. Suthergo hield al snel op een zelfstandig graafschap te zijn, want er vormden zich steeds meer zelfstandige grietenijen. (En grietenij is een voorloper van de huidige gemeenten.) Enkele grietenijen sloten zich aan bij het district “Westergo”, anderen sloten zich aan bij de “Zeven Wolden”. Vaak veranderden de grietenijen van partij.

Rond 1523 was er sprake van een zelfstandige grietenij “Geesterlandt” en ook wel “Gheesten”of “Gasterlant”. Het was de zevende grietenij van de “Zeven Wolden”. De bewoners werden Gaastmanne of Gaestluyden genoemd.

Balk, de latere hoofdplaats van Gaasterland, dankt haar bestaan en bloei aan het verkeer tussen de dorpen Harich en Wijckel. Rond 1200 waren deze twee dorpen, gescheiden door het riviertje de Luts, al bekend. Om de Luts te kunnen oversteken werd er gebruik gemaakt van een balk of hout. Bij die balk ontstond een nederzetting en in 1486 was er al sprake van “’t Vleck Balck, een cierlijk ende neeringhe plaetse light op de aanpalinghen van Wijckel ende Harich. ’t Is versien met twee windmolens ende dubbelde groote buyrten wel bestraet”.
Naast Balk kent Gaasterland de dorpen Bakhuizen, Harich, Oudemirdum, Nijemirdum, Sondel, Ruigahuizen, Mirns, Rijs en Wijckel.

(bronnen: L.Post Beuckens: “Land en volk van gaast en klif “en M. Hendriks: “Balk van “Vlecke tot centrum van bedrijvigheid”)

In Gaasterland zijn de officiële straatnamen pas ingevoerd op 1 juli 1953.

Bakhuizen:

Algemeen:

Bakhuizen ligt op een keileemheuvel die is achtergebleven na de Riss-ijstijd. Vanaf 1492 wordt de plaats onder verschillende namen genoemd: Backhuysen, Backhusen, Mirlumsebackhuysen en in 1579 als Bachusen. Tot 1 juli 1953 heette het Mirns en Bakhuizen.

Sommigen gaan ervan uit dat Bakhuizen haar naam te danken heeft aan een bakkerij van boeren die niet alleen brood bakten voor mensen, maar ook voedsel voor het vee. Deze verklaring is zeer twijfelachtig, want dergelijke bakhuizen kwamen pas voor in de 18e eeuw. De naam Bakhuizen komt al veel eerder voor. Een logischer verklaring voor de naam is dat die is ontleend aan het Germaanse woord backa dat dezelfde betekenis heeft als het Engelse “back” of “baec”met als betekenis “rug”. In plaatsnamen betekent het heuvelrug of hoogte. Dus Bakhuizen is een plaats op een heuvelrug of hoogte.

 

A. Rampionstrjitte:

  • Anders (Andries) Rampion (1873-1956) was handelaar in brandstoffen in Bakhuizen. Daarnaast was hij raadslid en later wethouder van Gaasterland. In die laatste functie heeft hij veel voor Bakhuizen gedaan. Zijn achternaam toont aan dat hij afstamde van een Fransman die in Gaasterland is achtergebleven na de Franse tijd. Die Fransman was in dienst van de douane in Hindeloopen. Hindeloopen was toen een plaats met veel zeevaarders. De Fransen hadden de handel met Engeland verboden en de douane moest ervoor zorgen dat dit bevel werd nageleefd. Aan Andries Rampion was nog duidelijk te zien dat hij geen Fries was. Toen tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) in Gaasterland Belgen (vooral Walen) gehuisvest waren, zagen die meteen dat hij geen Fries was van herkomst en zeiden: “Jij bent een van ons”.
    Bij zijn afscheid als wethouder in 1946 merkte hij op dat het niet-doorgaan van de treinplannen van Stavoren naar Rijs zijn grootste teleurstelling was geweest.


Ageommeleane
:

  • Genoemd naar Age-om (oom Age). Hij had vroeger land tussen de tuinen aan de St. Odulphusstraat en de tuinderij van Sikkes, nu de Túnkershof. Over dit land liep vroeger een paadje van de huidige St. Odulphusstaat langs het kerkhof, een stukje door de huidige Ageommelaan en uitkomend op de Hollewei, die toen naar Mirns liep.

Bakwei:

  • Vroeger was dit een sintelpad. Waarschijnlijk waren het de resten die achterbleven bij het verbranden van steenkolen (bakken). Aan de Bakwei stond vroeger een boerderij met de naam De Toekomst. Deze naam is nu verbonden aan de  huidige school en de buurt van nu.

 

Beurtskipper:

  • Vroeger had Bakhuizen veel beurtschippers, die bijvoorbeeld voeren op Leeuwarden en Sneek en hun ligplaats hadden in de Bakhúster Feart. (Officieel heet een beurtschipper in het Fries een Feartskipper. Bakhuizen kent deze term niet.)

De Burde:

  • “Burde” betekent In het Nederlands de waterkant of oever. Aan deze waterkant of oever aan het eind van het klif, ontstond de eerste bewoning. Deze hoger gelegen gronden werden ook gebruikt voor landbouw. Het lager gelegen land (het zomerland) werd meer gebruikt als weiland voor het vee en als hooiland. Tegenwoordig is “De Burde” de naam van het industrieterrein.

De Fûke:

  • Deze straat dankt haar naam aan de visserij vanuit Mirns. De zuiderzeevissers gebruikten lange staande netten om palingen te vangen. Bovenaan het net zaten kurken om het net te laten drijven, breelen genoemd. Onderaan zaten stukken lood om het net rechtop te houden. Aan de boven- en aan de onderkant zaten touwen om het net dicht te kunnen trekken. Deze touwen werden simmen genoemd. Fûke is het Friese woord voor fuik. It Skod is een onderdeel van een fuik. De Mesk zijn de mazen in de netten.

De Kei:

  • De straat is genoemd naar het gebied “De Kei”. Grote zwerfkeien uit de ijstijden bleven achter in Gaasterland. Waarschijnlijk is in dit gebied ook zo’n grote kei gevonden en zo ontstond in de volksmond de naam “De Kei”.

De Maren:

  • Maren betekent grens. De maren vormen de grens tussen cultuurland en de onbruikbare woeste gronden of de bossen.

De Mesk:

  • De mesken zijn de mazen in het vissersnet. (Zie verder bij De Fûke.)

De Simmen:

  • De simmen zijn de touwen aan het vissersnet. (Zie verder bij De Fûke)

De Steke:

  • Vroeger liep er een pad van Bakhuizen naar Warns. Dit pad werd toen al “De Steke” genoemd. De naam “steke” werd in het algemeen gebruikt voor een oversteek over water.

De Wite Burch:

  • Burch is het Gaasterlandse woord voor berg. Deze hoogten werden gebruikt als bouwland. Bij het ploegen kwam de witte ondergrond soms naar boven en kleurden de akkers wit. (zie ook: Wytlân en Witakkers)

Feartswâl:

  • Deze straat dankt haar naam aan beurtschippers die de kade gebruikten als los- en ligplaats aan de Bakhúster Feart.


Gaestwei
:

  • Het woord betekent weg op een gaast. Een hoger gelegen weg dus. Gaasten zijn hoogten waar onze streek haar naam aan te danken heeft: Gaasterland. Buiten Friesland kent men hetzelfde woord gaast ook, maar anders van klank: daar heten ze geestgronden, het land achter de duinen.

Havenstraat:

Havenstraat

  • De naam herinnert aan de vroegere scheepvaart van beurtschippers door de Bakhúster Feart . Ze vervoerden onder andere kolen, zand en aardappelen.

Heer Jacobstraat:

  • Heer Jacob was een r.k. geestelijke uit Workum. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) moesten de r.k. geestelijken of het land uit, of ze moesten beloven dat ze zich niet meer zouden bemoeien met kerkelijke zaken. Heer Jacob deed dat laatste en bleef in Workum. Eerst hield hij zich aan zijn belofte. Maar er werd steeds meer een beroep op hem gedaan. Hij ging daarom zo rond het jaar 1600 als boer of schipper verkleed r.k. gezinnen bezoeken om kinderen te dopen, stervenden te bedienen, ergens een mis opdragen, enz. Dat ging jaren zo door. Hij heeft de grondslag gelegd voor diverse r.k. parochies in de Zuidwesthoek van St. Nicolaasga tot aan Wytgaard. Hij werkte door zolang hij kon. Op een van zijn reizen werd hij ziek en stierf in 1639. Hij stierf in het hooi van Doniastate bij Roodhuis. Zonder hem was er waarschijnlijk geen R.K. Bakhuizen geweest.

Hollewei:

  • Deze weg lag vroeger wat verdiept (hol) in het landschap en liep helemaal tot aan Mirns. Bij extreme droogte moet de route vanuit de lucht nog vaak te zien zijn geweest.

It Skod:

  • It Skod is een onderdeel van een fuik. (Zie verder bij De Fûke)

Johannes Nagelhoutlaan:

  • Johannes Nagelhout was de oudste zoon van Durk Nagelhout, die veelal “Swarte Durk” werd genoemd. Johannes werkte in de Tweede Wereldoorlog als matroos op de onderzeeër O-13. Deze boot werd in juni 1940 met alle 34 opvarenden tot zinken gebracht in de wateren noordwestelijk van Denemarken.

Koaiwei:

  • De straat is genoemd naar de voormalige eendenkooi midden in de weilanden richting Laaksum.

Langebaan:

  • Op de voormalige ijsbaan werden langebaanwedstrijden gehouden. Ook de straat is nogal lang, vandaar een straatnaam met twee betekenissen.


Meester Döllestraat
:

  • In 1951 werd meester Sjoeke Franciscus Dölle (1914-1969), afkomstig uit Ulft, hoofd van de Katholieke school (nu De Gearte). Hij was in Bakhuizen zeer gezien en deed veel voor de gemeenschap. In mei 1969 is hij plotseling overleden.

Middenpaed:

Middenpaed

  • Dit paadje liep vroeger tussen andere meer gebruikte straten in. Het is een van de oudste stukjes van Bakhuizen. Op het pleintje aan het begin van het Middenpaed stond vroeger een muziektent die in 1922 was gebouwd en in 1938 werd afgebroken.

 

Pastoor Coendershôf:

  • Johannes Bernardus Coenders werd op 22 juli 1951 tot priester gewijd. Hij werd kapelaan in verschillende plaatsen. Op 15 juli 1966 werd hij pastoor in Balk en op 17 mei 1968 pastoor in de parochie Heilige Odulphus in Bakhuizen. Naast zijn roeping als pastoor vervulde hij veel maatschappelijke functies onder andere als gemeenteraadslid en als voorzitter van de Leefgemeenschap Mariahof in Bakhuizen. In 1990 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau

Plantsoen:

  • Een straat met een klein plantsoen.

Rysterdyk:

  • De weg naar Rijs.

Sint Odulphusstraat:

  • Sint Odulphus werd in de tijd van Noormannen (±830) door de bisschop van Utrecht naar de zuidwesthoek van Friesland gestuurd omdat de bewoners van deze streek waren afgeweken van de officiële leer van de r.k. kerk. Odulphus moest hen weer op het rechte pad helpen. Zijn standplaats werd Stavoren.
    Toen er ±1100 een klooster kwam in Stavoren, werd het klooster naar hem vernoemd. In 1482 werd het klooster overgebracht naar Hemelum. Odulphus werd toen ook de patroon van de kerk in Hemelum naast de Heilige Nicolaas die de eigenlijke patroon van deze kerk was.
    Een deel van de huidige St. Odulphusstraat werd eerst Johannastraat genoemd. Johanna moet de eerste bewoner van dat straatje zijn geweest. Toen Bakhuizen later straatnaambordjes kreeg, werd, de Johannastraat omgedoopt tot de St. Odulphusstraat. De R.K.-kerk aan deze straat draagt ook de naam van Odulphus. Rond 1900 werd een boerderij op het Bakhúster Heech aan de kerk geschonken. Deze boerderij kreeg toen de naam St. Odulphushoeve.

Skuniadyk:

  • Vroeger stond er halverwege deze weg een boerderij die werd bewoond door Lútzen de Jong. Hij was jarenlang lid van het r.k. kerkbestuur van Bakhuizen. Samen met een paar andere huizen heette het daar Skuniabuorren, of Schuinjebuurt volgens het postkantoor. De boerderij brandde af en werd niet weer herbouwd. De naam Skuniabuorren raakte vergeten, maar is weer naar voren gekomen in de huidige straat.


Smitsleane
:

  • Deze laan is waarschijnlijk vernoemd naar een smederij aan het eind van de laan.

Teeuwes de Boerstraat:

Teeuwes de Boerstraat

  • Teeuwes de Boer (1903-1944) was in de Tweede Wereldoorlog als sergeant-majoor beroepsmilitair van het KNIL in Indonesië. Daar is hij door de Japanners krijgsgevangene gemaakt en tewerkgesteld aan de Birma-spoorweg. Daarna werd hij met vele anderen op transport gesteld naar Japan om in de kolenmijnen te werken. Het Japanse schip dat de krijgsgevangenen vervoerde werd op 21 september 1944 onderweg getorpedeerd door een Amerikaanse onderzeeër en alle ongeveer 900 krijgsgevangenen zijn omgekomen. De vrouw van Teeuwes, Anna de Boer-de Boer uit Elahuizen, is in een vrouwenkamp overleden aan ellende en honger.

 

Túnkershôf:

  • De Túnkershôf ligt op het grondgebied van de vroegere tuinderij van de familie Sikkes aan de Bakwei.

Watteaustraat:

  • Gislenus Watteau zette het werk van Heer Jacob (zie Heer Jacobstrjitte) voort. Hij was Jezuiet en had zich in 1633 gevestigd bij een molen tussen Hemelum en Bakhuizen. Ook hij moest zijn werk vaak ’s nachts in boerenschuren uitvoeren. Later heeft men het jaar 1633 aangewezen als het begin van de St. Odulphusparochie van Bakhuizen, want in dat jaar had Watteau zich daadwerkelijk gevestigd in Bakhuizen.

Wytlânspaed:

  • Evenals bij de Wite Burch dankt het pad haar naam aan de witte ondergrond die soms bij het ploegen zichtbaar werd.

Balk:

Algemeen:

In lang vervlogen tijden lag er tussen Harich en Wijckel een balk over het riviertje de Luts. Bij deze balk kwamen in de loop der tijden een paar huisjes en langzamerhand ontstond het plaatsje Balk: in 1491 als Balc. In 1509 als Toe Balc. In 1520 als Wyckelderbalk en in 1573 als Balck. In die tijden hoorde Balk gewoon bij Harich.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Balk in 1585 geplunderd door Spaanse soldaten. In de 18e eeuw kreeg Balk welvaart dankzij de boterhandel.

1579

1664

1718

1849

Auke Stellingwerfstraat:

Auke Stellingwerf (1635-1665)

  • Auke Stellingwerf (1635-1665) was een zeeofficier van Friese afkomst. Hij was vlootvoogd van de admiraliteit van Friesland. Hij onderscheidde zich tijdens de Noorse Oorlog (1658-1659) in de Slag in de Sont. Tijdens de Slag bij Lowestoft sneuvelde hij op 30-jarige leeftijd als bevelhebber van het vierde eskader op het schip de Zevenwolden.

 

Barent Fockesstraat:

Barent Fockes (17e eeuw)

  • Bernard Fokke (ook wel als Barend Fokke, of Barent Focke) leefde in de 17e eeuw was een van oorsprong een Friese kapitein voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij was in zijn tijd vooral bekend om het feit dat hij in ongekend korte tijd kon varen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden naar Java. In 1678 legde hij die afstand af in de recordtijd van drie maanden en vier dagen. Later werd er voor hem een standbeeld opgericht waarop hij te zien was in Friese klederdracht. Het standbeeld stond op het eiland “Het Kuipertje” voor de haven van Batavia. Het beeld werd in 1808 door de Engelsen vernield.
    Fokkes snelle reizen waren reden voor het ontstaan van allerlei verhalen dat hij wel geholpen moest zijn door de duivel. De duivel zou aan boord zijn in de vorm van een grote zwarte poedel. Volgens die verhalen zou hij nooit zijn teruggekeerd van zijn laatste reis en dat hij de schipper was geworden van het spookschip “De Vliegende Hollander”.

 

Bargebekwei:

  • In de volksmond is de naam Bargebek ontleend aan een aldaar gelegen stuk land. Op de landkaart heeft het gebied de vorm van een varkenskop. Sinds 1846 stond er op de driesprong een herenhuis met de naam Jachtlust.


Bauke Boersmastrjitte:

  • Van 1948 tot 1970 was Bauke Boersma (1899-1983) lid van de gemeenteraad; eerst als raadslid en later als wethouder. Van 1961 tot 1970 vervulde hij ook de functie van ambtenaar van de burgerlijke stand en locoburgemeester. Verder heeft hij vele functies gehad in het maatschappelijke leven. In 1983 is hij overleden in het Talma Hiem in Balk.

Benjamin Steegengastrjitte:

  • Benjamin Steegenga (1905-1987) had een “Heeren- en Jongenskledingzaak” in Balk. Daarnaast was hij tijdens Tweede Wereldoorlog de grootste verzetsstrijder van Gaasterland. Zelf is hij nooit erg spraakzaam geweest over zijn verzetswerk.
    Steegenga was in de oorlog lid van allerlei landelijke verzetsgroepen. Hij bood hulp bij het onderbrengen van joden en onderduikers en bood hulp aan Amerikaanse piloten. Na de oorlog was Benjamin Steegenga onder andere raadslid, lid van het stembureau, kerkenraadslid, betrokken bij de bouw van “De Paadwizer”, medeoprichter van “De Gaasterlandse Pluimveeshow” en medeoprichter van “De Treemter”.
    (zie een uitgebreid verhaal in “Fan Klif en Gaast 2010 nummer 1)

    Benjamin Stegenga en zijn vrouw Janke Heida

Bloemstraat:

  • Een vrij veel voorkomende straatnaam in Nederland. In Balk was het de bedoeling om een bloemenkwekerij aan te leggen aan deze straat. Vandaar dat in Balk voor deze straatnaam werd gekozen.

Bogermanstraat:

  • Johannes Bogerman (1576-1637), een Fries van geboorte, was zoon van een pastoor die later predikant werd. Hij groeide op in Bolsward en studeerde later in Franeker, Heidelberg en Genève. Hij werd eerst predikant in Sneek en later in Enkhuizen en Leeuwarden.
    Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd er tussen 1609 en 1621 (het Twaalfjarig Bestand) in de Nederlanden een godsdienstig geschil uitgevochten over het feit of de mens een vrije wil heeft of niet. Bogerman was er heilig van overtuigd dat de mens geen vrije wil heeft. Om dit geschil op te lossen werd tussen 1618 en 1619 een grote kerkvergadering gehouden: de Synode van Dordrecht. Bogerman was op die vergadering eerst afgevaardigde van Friesland en later werd hij voorzitter van deze synode. In 1619 stuurde hij zijn tegenstanders de vergadering uit en het gedachtengoed van de meerderheid (de mens heeft geen vrije wil) werd aanvaard als enige juiste geloofsopvatting.
    In Dordrecht werd besloten om de hele bijbel vanuit het Hebreeuws en Grieks in het Nederlands te vertalen. Die vertaling werd later bekend als de Statenbijbel. Bogerman werkte o.a. mee aan de vertaling van het Oude Testament.

Bosmastrjitte:

  • De heer Fopke Freerk Bosma (1902-1961), veehouder in Wijckel, was wethouder van de gemeente Gaasterland van 1946 tot 1961.

De Binge:

  • Oude slootnaam voor een stinkende sloot.

De Dammen:

  • Een dam is een klein dijkje om het water tegen te houden.

De Dobbe:

  • Een (water) kom in het landschap.

De Eker:

  • De akker

De Finne:

  • Weiland dat niet voor hooiland wordt gebruikt, maar als plaats om het vee te melken.

De Greide:

  • Grasland

De Mieden:

  • Laag geleden graslanden

De Oper:

  • De hooiopper

De Timpe:

  • Een perceel land.

De Warren:

  • Lager gelegen graslanden.

De Weind:

  • De weind is een Gaasterlands woord voor het voorste deel van een stuk land waarop nog niets is verbouwd. Op dat stukje land kun je nog keren, verderop is het bouwland. Het Friese woord “weind” doet denken aan het Nederlandse woord “wenden”.
    De Weind is het laatste deel van het verder volgebouwde uitbreidingsplan in Balk.

De Wurdze:

  • Volgens het Fries woordenboek gaat het hierbij om een lange rij bijeengeharkt hooi.

Dokter Westrastrjitte:

  • Dokter Sjirk Westra (1924-2002) was tussen 1956 tot 1971 een zeer geliefde huisarts in Balk. In de Tweede Wereldoorlog was hij een actief lid van de verzetsgroep in zijn woonplaats Gaastmeer. Samen met Benjamin Steegenga was hij de grote animator bij de totstandkoming van De Treemter. Verder was hij voorzitter van Muziekvereniging Concordia. Hij stond dag en nacht klaar voor zijn medemens en was niet te beroerd om armen geen geld te vragen voor een behandeling. Hij hielp mee met het oprichten van de muziekschool Zuidwesthoek; hij was president-kerkvoogd van de Ned. Hervormde Kerk in Balk en curator van het Bogerman Lyceum in Sneek. In 1971 vertrok het gezin naar Heemstede en daarna naar Bolsward, waar hij directeur werd van Bloemkamp.

Douwe Aukesstraat:

de Douwe Aukes

  • Douwe Aukes (1613-1668) werd in 1641 kapitein van de Verenigde Oostindische Compagnie op het schip de Vogelstruys. Het schip had 40 kanonnen aan boord. In 1652 tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog werd zijn schip toegevoegd aan de vloot van Michiel de Ruyter. Hij groeide uit tot een echte zeeheld. Tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog werd hij 1666 gevraagd om Tjerk Hiddes (zie Tjerk Hiddesstraat) op te volgen. Hij bedankte voor de eer en koos voor de V.O.C.In 1922 heeft de Nederlandse marine een schip naar hem vernoemd: Hr. Ms. Douwe Aukes, een mijnenlegger van 667 ton.

Dubbelstraat:

  • Deze naam komt al voor tijdens de algemene volkstelling van 1829. Een dubbelstraat heeft aan twee kanten huizen. Blijkbaar kwam het niet veel voor dat een straat aan beide zijden bebouwing had.

Eastwâl:

  • De walkant aan de oostzijde.

Eigen Haard:

  • Het gebied waar het bedrijventerrein kwam, was in Balk bekend als Eigen Haard, omdat het in grote letters op de al bestaande rij woningen staat. Deze 10 woningen zijn in 1901 gebouwd voor en door fabrieksarbeiders van de nabijgelegen Coöperatieve Stoom-Zuiverfabriek in Harich. Een bekend spreekwoord is: “Eigen haard is goud waard”. Dit geldt voor de bewoners van de rij woningen en ook voor de ondernemers op het bedrijventerrein.

Erasmusstraat:

Erasmus

  • Erasmus (1466-1536) was filosoof, humanist, auteur en theoloog. Zijn bekendste werk is het boekje “Lof der Zotheid”. Daarin drijft een zot de spot met alle mensen die alleen maar hun eigen belangen najagen. Hij drijft de spot met de kortzichtigheid waarmee de mensen klaar staan met hun oordeel over anderen.
    Hij was een groot voorstander van de vrijheid van mensen; mensen moeten niet de baas spelen over anderen.
    Hij was de wegbereider voor Luther die de Reformatie in gang zette met zijn kritiek op het rooms-katholieke geloof van die tijd.

F.D. Hoekstraplein:

  • D. Hoekstra (Feike Dooijtze) (1850-1917) was in 1882 de oprichter van de Balkster Courant. Hij was hoofdonderwijzer en boekhandelaar met sigarenmagazijn.

Foarset:

  • Een foarset (in het Nederlands: voorzet) is een voetbalterm. (zie sportfjild)

Gaaikemastraat:

  • Van 1902 tot 1934 was Hermannus Gaaikema (1866-1942) burgemeester van de gemeente Gaasterland.
    In het Jolderenbos  bij Oudemirdum staat de Gaaikemabank. Deze stenen bank is hem door de bevolking van Gaasterland geschonken toen hij 25 jaar burgemeester van deze gemeente was.

    de Gaaikemabank

Gansfortstraat:

  • Wessel Gansfort (1419-1489) was theoloog en humanist. Hij was een voorloper van de Reformatie die in gang is gezet door Maarten Luther.
    Gansfort was tegen aflaten (briefjes die te koop waren waarmee je je zonden kon afkopen), mirakelboeken (boeken waarin wonderen werden beschreven) en het vereren van heiligen. Verder had hij kritiek op de overschatting van het pausdom en concilies (rooms-katholieke kerkvergaderingen).

 

 

Harmen Gabesstrjitte:

  • Harmen Gabes Grouwstra (1876-1955) wilde zijn landerijen bij Balk wel verkopen zodat Uitbreidingsplan Zuid tot stand kon komen. Hij had wel een voorwaarde: er moest een straat naar hem worden vernoemd. Plan Zuid is er gekomen en Gabes heeft zijn straat gekregen.

Heechkamp:

  • Een heechkamp is een stukje land dat werd gebruikt voor kalveren en paarden vlak bij de boerderij.

Herman Gorterstraat:

  • Herman Gorter (1864-1927) was een Nederlandse dichter. Ook was hij medeoprichter van de Sociaal-Democratische Partij, de latere CPN. Hij is vooral bekend geworden door zijn lange gedicht “Mei” waar hij twee jaar aan werkte. Dat gedicht begint met de volgende regels:
    Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
    Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
    Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
    In een oud stadje, langs de watergracht.
    Aangenomen wordt dat met dit stadje Balk wordt bedoeld. Het gefluit is van een jongen die op een zomeravond vrolijk fluitend langs de gracht loopt. Hij heeft zin in het leven en iedereen mag dat weten. Met het gedicht “Mei” wilde Gorter ook worden gehoord. En dat lukt. Hij werd landelijk bekend.
    De ouders van Herman Gorter woonden eerst in Warns en verhuisden later naar Balk.
    De jonge Gorter logeerde vaak bij zijn grootouders in Balk. Zijn opa was daar Doopsgezind dominee. Pake woonde aan de stille kant van de Luts, nu Raadhuisstraat 37.

Hielkemastrjitte:

  • Hielke Hielkema was raadslid en wethouder van Gaasterland van 1961-1965. Verder was hij lid van de Provinciale Staten van Friesland.

Hoite Detmarstrjitte:

  • Hoite Detmar was een man met zijn eigen administratiekantoor die zich lange jaren onder andere inzette voor het maatschappelijke leven in Balk. Hij was penningmeester van de ijsvereniging Balk; boekhouder van de Doopsgezinde Kerk in Balk; penningmeester van Plaatselijk Belang “Balk-Vooruit”; gemeentelijk deurwaarder; secretaris/ontvanger van “Waterschap De Luts” in Balk; voorzitter en medespeler van de Balkster toneelvereniging “Vriendenkring” en ook nog oprichter en secretaris van de “Reünie van Oud-Balksters”.

It Bjirkenbosk:

  • Bij de bouw van de woningen is afgesproken dat de huizen omringd zouden worden door berkenbomen.

It Hoefizer:

  • De straat loopt in de vorm van een hoefijzer; vandaar deze naam. Als een hoefijzer wordt opgehangen met de opening naar boven, brengt dat geluk. Niet andersom, want dan loopt het geluk eruit.

It Hoekstee:

  • Een kort straatje bij bebouwing op een hoek in het centrum van Balk. (Haskestate)

Jachthavendyk:

  • De weg die loopt naar de jachthaven.

Jacob Bremerstrjitte:

  • Jacob Bremer was de eigenaar van het land waarop deze straat is aangelegd.In het raadsbesluit waarin de naam Jacob Bremerstrjitte werd vastgesteld, staat als motivatie voor die straatnaam, dat hij de grondeigenaar was van het land was waarop nu de straat ligt. Dit is niet juist, omdat die landbouwgronden destijds eigendom waren van Harmen Gabes Grouwstra, maar daar was al een straat naar vernoemd. De gronden van de familie Jacob Bremer waren gesitueerd waar thans de Auke Stellingwerfstraat ligt. De familie Jacob Bremer van der Wal had wel de landerijen (landbouwgronden) hier liggen, maar de boerderij stond op de plek waar voorheen de voormalige Rooms Katholieke lagere Sint Ludgerusschool stond (dit schoolgebouw staat er nu nog, maar is geen school meer, maar een dubbele woning, bewoond door 2 gezinnen), die op haar beurt voorheen gevestigd was achter de Rooms Katholieke Sint Ludgeruskerk aan de Raadhuisstraat.

Jelle Meineszleane:

  • Jelle Meines was schoolmeester aan de openbare lagere school van ongeveer 1800 tot 1812. Toen hij op 20 oktober 1803 de inspecteur van het onderwijs een keer op bezoek kreeg, kon deze niet nalaten “de kundige en ijverige schoolonderwijzer de verdiende lof te geven voor zijn aanzienlijke verbeteringen welke in het onderwijs op zijn school direct in het oog vielen”. Dat waren nog eens tijden voor schoolmeesters.

Jelle Wissesstrjitte:

  • Jelle Wisses de Jong was veehouder in Harich en vooral bekend in het verenigingsleven.

Jochem de Ruiterstrjitte:

  • Jochem de Ruiter (1893-1969) behaalde op zijn 20e het onderwijzersdiploma, hij trouwde in 1921 en werd onderwijzer in verschillende plaatsen. In 1925 werd hij hoofd van de Christelijke lagere school in Oudemirdum.
    Hij startte in datzelfde jaar met de opleiding tot landbouwonderwijzer. Op 7 mei 1930 werd in Balk de Christelijke Lagere Landbouwschool geopend en De Ruiter werd directeur. Het gezin ging wonen aan de Wilhelminastraat 68 en later op nummer 58 in dezelfde straat.
    Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging De Ruiter in het verzet. Vanaf 1943 hielp hij bij het onderbrengen en verzorgen van onderduikers. Ook had het gezin Joodse onderduikers in huis.
    De Ruiter was in het verzet bekend onder de naam Harmen Jongsma. Hij werd voorzitter van de verzetsgroep en er werd regelmatig vergaderd in de landbouwschool.
    Als directeur van de school kregg hij het voor elkaar dat er op zijn school geen Duitse les werd gegeven. Hij bedacht daarvoor twee redenen: 1. de school heeft onder schooltijd geen bevoegde leerkrachten. 2.De leerlingen moeten dan Duitse les krijgen buiten schooltijd en dan komen ze te laat voor het melken.
    In 1946 stopte De Ruiter met zijn directeurschap, omdat hij in 1945 lid was geworden van de Tweede Kamer. Die functie hield hij tot 1963.
    Van 1939-1941 was hij ook nog lid van de Provinciale Staten van Friesland. In 1941 werd hem dat verboden door de Duitsers. Van 1947 tot 1954 werd hij opnieuw lid van de Staten. Hij vervulde toen dus een dubbelfunctie. In 1953 verhuisde het gezin naar Heerenveen. (uitgebreid in Fan Klif en Gaast dec. 2015)

Julianastraat:

  • Juliana (1909-2004) was koningin van Nederland van 1948 tot 1980. Ze werd opgevolgd door haar dochter Beatrix, de moeder van onze huidige koning Willem Alexander.

Klaas van Houtstrjitte:

  • Van Hout (1877-1959) werd geboren in Balk. Hij kwam in 1891 als volontair (vrijwilliger zonder salaris) op de secretarie van de gemeente Gaasterland. Hij kreeg later een vaste benoeming en werd in 1913 zelf gemeentesecretaris tot 1 januari 1943. Naast zijn beroep was hij werkzaam op kerkelijk gebied en bestuurslid van het Groene Kruis in Gaasterland en van het provinciale Groene Kruis. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Vier van zijn zonen werden zelf burgemeester.

Lapidothstrjitte:

  • Rond 1860 stond er in Balk een tweeklassige openbare lagere school. Ze leerden er bijbelteksten, schrijven en rekenen. Na deze lagere school was er in Balk niets meer op het gebied van onderwijs.
    Er ontstond behoefte aan een vorm van uitgebreid lager onderwijs. Op 30 januari 1867 besloot de gemeenteraad om een onderzoek te starten naar de mogelijkheden om een dergelijke vorm van onderwijs in Balk te starten. Er werd veel vergaderd, maar de onderzoekscommissie kwam er tenslotte uit. Eind oktober 1867 werden er advertenties geplaatst waarin een onderwijzer werd gevraagd. Deze onderwijzer moest wel een duizendpoot zijn, want hij moest een goed onderwijzer zijn, hij moest muzikaal zijn, hij moest Grieks en Latijn kennen en dat alles moest hij doen voor het luttele bedrag van 850 gulden per jaar.
    Er meldden zich drie sollicitanten. Eén ervan was de 28 jarige P.C.J. Lapidoth uit Bloemendaal. Een kundig man; hij kende Frans, Hoogduits, Engels en wiskunde. Hij had gewerkt als onderwijzer en opvoeder van jongelieden uit de beschaafde stand. Hij was namelijk gedurende 8 jaar gouverneur bij de familie Manger-Cats in Wolvega en was eerste secondant aan het stedelijk instituut voor jonge heeren in Sneek. Op het moment van solliciteren was hij gouverneur in het huis van jonkheer Huijgens-Backer in Bloemendaal.Op 21 januari 1868 ging Lapidoth op sollicitatiegesprek in het verre Balk. Hij reisde vanuit Haarlem per trein naar Amsterdam. Vandaaruit nam hij de Lemmerboot. Een dag later arriveerde hij in Lemmer en vandaaruit ging hij per rijtuig naar Balk.De sollicitatiecommissie was blij met Lapidoth, want hem werd een salaris beloofd van 1000 gulden per jaar. Verder mocht hij meedenken over de inventaris van de nieuwe te stichten éénklassige Franse school te Balk. Inmiddels was er in Balk ook al een Christelijke lagere school in opgericht. Ook deze school kon zorgen voor leerlingen op de nieuwe Franse school.Lapidoth werd benoemd op 7 maart 1868 en op 18 mei 1868 ging de  M.U.L.O. school van start. De school wordt door iedereen de “Franse School” genoemd.Balk heeft vanaf die tijd voortgezet onderwijs. (vrij naar Langsdeluts.nl)

Lubertus van Beekstrjitte:

  • Van Beek (1917-1977) werd in 1955 benoemd als hoofd van de openbare MULO-school in Balk. Hij heeft zich enorm ingezet voor het onderwijs aan zijn school, maar hij heeft ook landelijk veel betekend voor het voortgezet onderwijs. Voor al zijn werk is hij koninklijk onderscheiden. In Balk was hij onder andere mede-oprichter van De Treemter en voorzitter van ’t Nut.

Ludgerusstraat:

  • Liudger, ook "Lüdger" was een Friese missionaris en rooms-katholieke bisschop. Hij was de broer van Hildegrim van Châlons. Hoewel later aangeduid als de 'apostel der Groningers', was hij een 8e-eeuwse missionaris in het gebied der Friezen. Het grootste deel van de huidige provincie Groningen was toen Fries gebied. (Wikipedia)
    De Rooms-Katholieke kerk in Balk is naar hem genoemd.

Lytse Side:

  • In oude registers komt de naam “Kleine Zijde” al voor. Aan het eind van deze straat stond vroeger een korenmolen met de naam “Molenpolle”.

Markant:

  • Voor Friestaligen is “markant” het woord voor “de kant van het meer”.
    Voor Nederlandstaligen heeft “markant” de betekenis van “in het oog vallend”.

Meerweg:

  • Een duidelijke naam: de weg naar het meer, in dit geval het Slotermeer

Menno Simonszstraat:

  • Menno Simons was een Nederlandse rooms-katholieke priester en kerkhervormer. (1496-1561) Hij voelde zich erg aangetrokken door de wederdopers of doopsgezinden. Hij was zeer streng in de leer en fel tegen de kinderdoop.

 

Minne Jeltesstrjitte:

  • Minne Jeltes Overdiep (1868-1955) was naast notarisklerk en koopman ook een zeer actieve verenigingsman Hij zat in veel besturen: IJsclub “Balk”, ziekenfonds “Onderling Hulpbetoon”, de “Vereniging voor Ziekenhuisverpleging”.

Mr. C.J. Trompstraat:

  • Bij de uitbreiding van Balk stond op dat grondgebied een boerderij die eigendom was van de heer Cornelis Jan Tromp (1858-1923). Hij woonde in een huis waar voeger het gemeentehuis was gevestigd. De heer Tromp is enkele jaren lid geweest van de gemeenteraad.

Noardwâl:

  • Een wal aan de noordkant.

Raadhuisstraat:

  • De straten langs de Luts dwars door Balk werden vroeger de “Harichsterzijde” en “Wijckelerzijde” genoemd. Deze benamingen bevielen niet meer. (zie Van Swinderenstraat)
    De “Wijckelerzijde” werd omgedoopt tot Raadhuisstraat, omdat aan die kant het oude Raadhuis staat.

Rosenbergstrjitte:

  • Op de hoek van de Raadhuisstraat en de Erasmusstraat stond het karaktervolle winkelpand van de familie Rosenberg. Sinds lange jaren heeft deze familie de Balkster gemeenschap op behulpzame wijze gediend als kruideniers.

Sate Steenbergenstrjitte:

  • Veel mensen denken dat Sate Steenbergen een naam is van een persoon. Dat is niet waar. Op de plaats van de huidige straat heeft een boerderij, een sate, gestaan met de naam Steenbergen. Het Friese “sate” is in het Nederlands “zathe” met de betekenis van boerderij met opstallen. Op oude plattegronden is de naam Steenbergen nog te vinden.

Schoolstraat:

  • Aan deze straat stond de voormalige Openbare Lagere School.

Schwartzenbergstrjitte:

  • W.C.D. Baron Thoe Schwartzenberg en Hohenlandsberg (1899-1985) was burgemeester van Gaasterland van 1934-1964. Op 17 april 1945 werd hij als burgemeester geschorst om zijn optreden als oorlogsburgemeester te onderzoeken. Op 1 april 1946 werd hij weer in zijn functie herbenoemd.

 

Siemen de Jongstrjitte:

  • Siemen de Jong (1898-1972) heeft zich ingezet voor het verenigingsleven in Balk. In de oorlog was hij zeer actief in het verzet.

Sleatemar:

  • De straat bij de jachthaven die dicht bij het Slotermeer ligt.

Sportfjild:

  • De naam geeft de verbondenheid aan met het overblijvende stukje van de voetbalvelden die moesten verdwijnen ten behoeve van huizenbouw.

Sudergoawei:

  • De autoweg N359 begint bij de afslag van de A6 bij Lemmer en eindigt bij Leeuwarden. Plaatselijk kreeg deze N359 namen. Van Balk tot de Galamadammen werd deze weg de “Sudergoawei”.
    Zuidergo (Fries: Sudergoa) komt al voor in oude documenten over Friesland. Het zou hierbij gaan over een graafschap met Stavoren als hoofdplaats. Een “gouw” of “go” is een deelgebied. Zuidergo lag ten zuiden van de andere gouwen Westergo, Oostergo en Zevenwouden.

Suderséwei:

  • Deze weg loopt naar de Zuiderzee van toen en het IJsselmeer van nu.

Suvelstrjitte:

  • In Balk stond zuivelfabriek “De Goede Verwachting”. De kaasmakers in deze fabriek kregen nationaal en internationaal prijzen voor de “Reade Komizziekaas” die ze maakten. Van de mensen die in deze fabriek werkten, werd altijd gezegd: “Oh, hij wurket by de Suvel”.

Swipe:

  • “Swipe” is een Fries woord voor “zweep”, gebruikt in de paardensport.
    Niet-Friestaligen kunnen mogelijk denken aan het maken van een veegbeweging over een beeldscherm; swipen.

Talma Park:

  • Op verzoek van het rustoord Talma Hiem is deze naam gekozen.
    Begin 20e eeuw begon men te beseffen dat het verzorgen van invalide, oude of zieke mensen niet langer afhankelijk mocht zijn van charitatieve instellingen of de diaconie van een kerk. Het zou een taak moeten zijn van de overheid.
    Dominee A.S. Talma (1864-1916), zelf zoon van een Friese dominee, was van 1908 tot 1913 minister van Landbouw, Nijverheid en Handel. In die functie maakte hij zich sterk voor sociale wetgeving. In 1913 diende hij o.a. een wet in dat ouderen vanaf hun 70e jaar een uitkering van de overheid zouden moeten krijgen. In 1919 trad een aangepaste wet in werking en kregen mensen van 65 jaar en ouder een uitkering van 3 tot 6 gulden. In 1922 werd de wet opnieuw aangepast en konden mensen zich verzekeren om vanaf hun 65e jaar een uitkering te krijgen van 20 gulden per week.
    Door deze ouderdomswetten ontstond de mogelijkheid om ouderen in één huis te laten wonen waarbij de ouderdomsrente zorgde voor de exploitatie. In 1928 werd de ‘Christelijke Vereniging tot verzorging van Ouden van Dagen, Talma Rustoorden’ opgericht met als doel huisvesting, voeding en verzorging van hulpbehoevende ouderen. Zo ook het Talma Hiem in Balk.

Talúd:

  • Een talud is een schuin oplopend vlak langs een weg.

Tjalke de Boerstrjitte:

  • De Boer (1901-1971) werd in 1941 de eerste directeur van het autobusbedrijf “De Zuidwesthoek”. In 1921 was hij al begonnen met zijn eigen busonderneming.

Tribune:

  • Bij sportvelden en een sporthal hoort een tribune. (zie sportfjild)

Tsjamkedykje:

  • Tsjamke is een oude Friese meisjesnaam.

Tjerk Hiddesstraat:

  • Tjerk Hiddes (1622-1666) was zoon van een molenaar. Hij ging varen en in 1654 werd hij schipper op een koopvaardijschip. In 1658 tijdens de Noordse Oorlog werd hij kapitein op het troepentransportschip “De Judith”. Tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog werd hij in 1665 kapitein op “d’ Elff Steden” en werd een zeeheld als opvolger van Auke Stellingwerf (zie Auke Stellingwerfstraat) in verschillende zeeslagen. Tijdens de Tweedaagse Zeeslag in 1666 raakte hij dodelijk gewond en stierf in Vlissingen, 44 jaar oud. (zie ook Fan Klif en Gaastno 26)

Van Heemstrastrjitte:

  • Hector Livius Sixma Baron van Heemstra (1921-2001) was van 1964 tot 1984 burgemeester van de gemeente Gaasterland. Bij de herindeling toen Gaasterland samen ging met de gemeente Sloten, heeft hij zijn functie vrijwillig neergelegd. Hij heeft als burgemeester veel betekend voor de gemeente.

 

 

 

 

 

Van Swinderenstraat:

  • De straten langs de Luts dwars door Balk werden vroeger de “Harichsterzijde” en “Wijckelerzijde” genoemd. Deze benamingen bevielen niet meer. De Harichsterzijde, de kant waar nu de winkels zijn, werd omgedoopt tot de Van Swinderenstraat.
    De familie Van Swinderen is onlosmakelijk aan Gaasterland verbonden. Van 1823 tot 1902 was van deze familie wel iemand grietman en later burgemeester van Gaasterland.
    Jan Hendrik Frans Karel van Swinderen bijvoorbeeld was burgemeester van Gaasterland van 1863 tot 1902. Zijn bijnaam was "de god van Gaasterland".

 

 

Volharding:

  • In 1916 kreeg Tiede Tijsses de opdracht van het bestuur van de Coöperatieve Veevoederfabriek “De Volharding” om een oliefabriek met machinekamer, ketelhuis en pakhuis te bouwen. In 1926 werd de fabriek verkocht en omgebouwd tot een fouragezaak en graanmalerij. In de zestiger jaren van de 20eeeuw werd het een constructiebedrijf en later een scheepswerf. Daarna raakte alles sterk in verval en uiteindelijk werd de fabriek gesloopt. Nu komen er woningen op het terrein.

Westein:

  • In de volksmond is deze naam al jaren bekend als de weg vanuit Balk naar Wijckel.

Westerbuorren:

  • “Buorren” is een Fries woord voor een buurt, buurtje, of buurtschap.

Wieberen van der Heideplein:

  • Wieberen van der Heide (1893-1966) heeft veel gedaan voor het Balkster verenigingsleven, met name voor de jeugd en de bejaarden. Hij was stichter van Autobedrijf Van der Heide. In 1944 zorgde hij voor een gaarkeuken in Balk.

Wikelerdyk:

  • Een straat die al sinds mensenheugenis onder deze naam bekend is.

Wilhelminastraat:

  • Wilhelmina (1880-1962) was koningin van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze naar Engeland. Vanuit Engeland bleef ze haar volk steunen met haar radioboodschappen via “Radio Oranje”. Ze werd opgevolgd door haar dochter Juliana.

 

 

 

Willem Barentszstraat:

  • Willem Barentsz (1550-1579) was zeevaarder en ontdekkingsreiziger. Hij is bekend geworden door zijn zoektochten via het noorden naar het Verre Oosten. Die route zou heel belangrijk zijn voor de handel met die streken.
    Tijdens zijn laatste reis strandde zijn zoektocht in het pakijs bij Nova Zembla. Het schip werd kapot gedrukt door het ijs. De bemanning bouwde “Het Behouden Huys” om de winter door te komen. In de lente werd een sloep gebouwd en 17 bemanningsleden gingen op weg naar de bewoonde wereld. Willem stierf een week na vertrek. De overige 16 personen landden veilig in Kola in het noorden van Rusland.

Zuidwesthoekstraat:

  • Vanaf 1800 was er een stoombootverbinding tussen Balk en Sneek.  Marten de Boer uit Balk nam deze verbinding in 1904 over. Hij ging gebruik maken van motorboten. Ook ging hij met passagiersboten varen tussen Balk en Sneek. In 1921 was er een algemene droogte. De boten van De Boer konden niet meer varen vanwege de lage waterstand. De Boer kocht een Zwitserse Sauer-bus met massieve banden en kettingaandrijving. Er was plaats voor veertig personen: vijfentwintig binnenin en vijftien op het dak.
    De bus werd populair en De Boer ging zich volledig toeleggen op autobusvervoer. De firma M. de Boer en Zonen ging op 1 januari 1941 op in het autobedrijf De Zuidwesthoek (ZWH). In 1952 werden aan de Wilhelminastraat in Balk garages gebouwd voor de bussen van de ZWH. Later ging de onderneming op in de FRAM.

Elahuizen:

Algemeen:

De vroegste vermelding van Elahuizen is uit 1412. Volgens de verhalen is de naam afkomstig van een vroegere bewoner uit het gehucht Ealehuzen. Waarschijnlijk heette deze man Elle of Eale. Sinds 1967 is Elahuizen een deel van het naburige dorp Nijega. De nieuwe naam voor beide dorpen is nu Elahuizen. De reden voor deze naamsverandering was om eventuele vergissingen bij het verzorgen van post te vermijden; in Friesland zijn meer Nijega’s.

Vroeger was de Fluessen, het meer waaraan Elahuizen ligt, een bos. Omstreeks 1210 brandde het bos af. Er ontstond een gat op de plaats van het afgebrande bos. Er kwam water in te staan en afslag sloeg steeds meer grond weg. Er vormde zich een schiereiland en daarop ontstond Elahuizen.

 Buorren:

  • In meer dorpen is het Friese woord buorren in gebruik. Er wordt meestal een buurtjein het dorp mee bedoeld.

Elderskar:

  • De straat is vernoemd naar het hier gelegen stuk weiland dat bekend staat als Elderskar. Vroeger was hier een schuilplaats voor dieren die van elders kwamen en hier tijdelijk werden gestald tijdens een overstroming of als het ging om loslopende dieren zonder eigenaar.

Joop Schweitzerstrjitte:

  • Joop Schweitzer (1921-1944) woonde in Balk en werkte op gemeentesecretarie. Toen hij weigerde om in opdracht van de Duitsers te gaan collecteren voor “Winterhulp” werd hij opgeroepen om in Duitsland te gaan werken. Hij dook onder. Op 3 augustus 1944 hielden de Duitsers en de Landwachters een razzia in Balk. Schweitzer wist door de weilanden te ontvluchten en dook weer onder in Elahuizen. De volgende dag, 4 augustus, stond er voor het huis waarin Schweitzer zat ondergedoken, een groepje mannen te praten. De mannen vluchtten weg toen er Duitsers en Landwachters aankwamen. Die vlucht was onnodig, want ze liepen geen enkel gevaar. Ook Schweitzer vluchtte in paniek weg. De Duitsers en de landwachters schoten op de vluchtenden en Schweitzer werd in het hoofd getroffen en stierf. Joop Schweitzer werd in Harich begraven.

Keamerlânswei:

  • Deze weg loopt over de vroegere Keamerlânen.

Lange Hoek:

  • Een naam bekend in de volksmond.

Mardyk:

  • De weg langs het meer, in dit geval De Fluessen

Marsicht:

  • Een straat met uitzicht op het meer De Fluessen.

Poeldyk:

  • De naam verwijst naar een oud meertje “De Nijegaster Poel”. Het meertje lag ten noorden van Nijega; nu Elahuizen. Bij de ruilverkaveling van 1970 is het meertje verdwenen.

Trophorne:

  • Trophorne was vroeger een buurtschap of buurtje.

Tsjerkewei:

  • Aan deze weg staat/stond de Nederlands-Hervormde Kerk.

Wâldwei:

  • De Wâldwei ligt langs de Woudvaart.

Harich:

Algemeen:

Het dorp ligt op een zandrug uit het pleistoceen. In oude oorkonden wordt al geschreven over Harichsteradeel en in 1245 werd Harich als hoofdplaats van de grietenij al bij name genoemd.

Over de betekenis van het woord Harich bestaan verschillende opvattingen:

Mogelijk verwijst de naam naar een hoop stenen die dienst deed als offersteen. Een oud Germaans woord voor offersteen of altaar is “harug”.

Het meest waarschijnlijke betekent Harich ”hoge rug”. Hertog Albrecht sloot begin 15e eeuw vrede met de Friezen. In de vredesbrief van 30 september 1401 wordt gesproken van “de stad up Harich”; Harich dat op de hoogte ligt. 

Bokkeleane:

  • Waarschijnlijk vernoemd naar iemand die Bokke heetten.
    Een andere verklaring is dat hier vroeger door de Rien schepen langs voeren die turf vervoerden. Zo’n schip werd een bok genoemd.

Davidsreed:

  • In de volksmond is deze naam bekend; de herkomst is onbekend. Mogelijk woonde hier vroeger ene David.

Frisbuorren:

  • Waarschijnlijk ontleend aan de man met de Friese mannennaam Fris die daar heeft gewoond.

Harichsterdyk:

  • Algemene benaming.

Harichsterstikke:

  • De weg vormt de verbindingsweg (oversteek) van Harich naar Balk. Langs deze weg werd hout uit de bossen verzameld en schippers zorgden dan voor verder vervoer.

Hillemastate:

  • De Hillemastate is gebouwd in 1494. In 1850 werd op de plaats van de state een pastorie gebouwd. In 1870 werd deze pastorie verbouwd. Harich kende 3 stinzen: Titemastate, Hillemastate en Minnemastate.

Houtdyk:

  • In Harich een bekende naam voor deze straat. Deze weg ligt langs de Luts. In het verleden werd hier het hout uit het bos opgestapeld. Het hout werd daarna opgehaald door skûtsjes die hun vracht door heel Friesland vervoerden. Het hout ging voornamelijk naar bakkerijen die er hun ovens mee stookten.

It Heech:

  • De straat ligt op een hoger deel van Harich.

Keamerlânswei:

  • Deze weg loopt over de vroegere Keamerlânnen.

Leise Leane:

  • Genoemd naar de vroeger aan deze laan gelegen Rijster Leien, een poel die al jaren geleden droog werd gelegd.

Lorbuorren:

  • Komt al voor op oude kaarten van 1718. Vernoemd naar een zekere Lor die daar heeft gewoond. Lor is nu een uitgestorven Friese mannennaam.

Lykwei:

  • In oude tijden stond hier in de buurt een hospitaal; voornamelijk een ziekenhuis. Er stond een kapel die in 1487 is vernietigd door de Vetkopers. In de volksmond werd dit uitgesproken als Spitael. De Lykwei was een verbindingsweg tussen ’t Spitael en het kerkhof. De gezondheidszorg stond in die oude tijden nog niet op een hoog plan, gezien de blijkbare behoefte aan deze weg.
    Boerderijen die niet aan een officiële weg lagen hadden hun eigen “lykpaed”. Ook hadden boerderijen vaak hun eigen “lykdoar”.

Minnemastate:

  • De Minnemastate is mogelijk al gebouwd in de 12e eeuw voor het geslacht Minnema. Het belangrijkste lid van deze familie was Pieter Epes Minnema. Hij was een aanhanger van de Schieringers. In 1840 deed het gebouw tijdelijk dienst als pastorie. In 1869 is de state afgebroken.

Stinsenwei:

  • Volgens een kaart uit 1718 hebben in Harich stinzen gestaan:  de Minnemastins, de Titemastins en de Hillemastins.

Stoarmleane:

  • De herkomst van de naam is onbekend. Aan deze weg heeft een molen gestaan waarvan de wieken tijdens een storm zijn afgebroken.

Sudergoawei:

  • De autoweg N359 begint bij de afslag van de A6 bij Lemmer en eindigt bij Leeuwarden. Plaatselijk krijgt deze N359 namen. Van Balk tot de Galamadammen heet deze weg de “Sudergoawei”.
    Zuidergo (Fries: Sudergoa) komt al voor in oude documenten over Friesland. Het zou hierbij gaan over een graafschap met Stavoren als hoofdplaats. Een “gouw” of “go” was een deelgebied. Zuidergo lag ten zuiden van de andere gouwen Westergo, Oostergo en Zevenwouden.

Suderséwei:

  • Deze weg loopt naar de vroegere Zuiderzee richting Lemmer.

Trophornsterweg:

  • De weg naar de buurtschap Trophorne. Trop betekent terp en horne betekent hoek. Op deze hoek stond vroeger een boerderij met de toepasselijke naam Trophorne.
    In 1928 stond in Leeuwarder Courant een artikel over Trophorne: “Dit gehucht is gelegen aan de Trophoarnsterwei onder Harich. Voor 70 jaren was deze weg slechts den zomers en dan nog bij laag water begaanbaar. Toen vond men ook nog 2 overgebleven wieren, waar oudtijds 2 staten of stinzen zouden hebben gestaan.”

Tsjerkepaed:

  • De mensen van Ruigahuizen gingen vroeger ter kerke in Harich. Zij liepen via dit pad naar de kerk in Harich. Aan het pad ligt nu de gemeentelijke Begraafplaats van Balk. Balk had al jaren geen eigen begraafplaats meer. In 1956 werd op Harichster grond de begraafplaats aangelegd en in 1962 in gebruik genomen.

 

Van der Feltzstraat:

  • De Duitsers vorderden tijdens de Tweede Wereldoorlog het huis van baron T.E.J. van der Feltz (1880-1951) in Oosterbeek. De familie vond dankbaar onderdak bij haar pachters in Gaasterland waar de familie veel grond bezat. Na de oorlog werden de pachters bedankt voor hun hulp en kregen ze een diner aangeboden.
    Een kleindochter van Baronesse van der Feltz - van Swinderen was erg onder de indruk van de steun die jonkvrouwe van Swinderen tijdens de crisisjaren had geboden aan de Gaasterlanders. Deze kleindochter, jonkvrouwe E.J. Bas Backer, riep een stichting in het leven, waarbij inwoners van Gaasterland en Nijefurd subsidie kunnen aanvragen voor liefdadige, culturele en sociale doelen.

Warrensterwei:

  • Warren zijn laag geleden weilanden.

Welgelegen:

  • Een weg die er mooi bij ligt. Hier staat ook de riante boerderij “Welgelegen”. In de volksmond werd deze straat het Swarte Paed genoemd.

Westerein:

  • Genoemd naar de daar gelegen Westerendpolder

 Wyldemerkwei:

  • In vroeger tijden werden op de Wyldemerk jaarmarkten gehouden op 17 en 18 augustus na Maria Hemelvaart. Op deze markten ging het er vaak wild aan toe. Rond 1960 werd hier zand afgegraven en er ontstond een plas. Deze plas is nu geliefd bij watersporters en natuurliefhebbers.
    Tussen 1953 en 1969 was er een kamp gevestigd voor enkele honderden Molukkers. Het kamp is in 1941 in opdracht van de Duitsers gebouwd voor de Nederlandse Arbeidsdienst. Deze dienst verrichtte allerlei werkzaamheden in het kader van werkverschaffing volgens Duitse ideologie voor het voormalige Nederlandse leger en ook voor vrijwilligers. In 1945 werden er Limburgse evacuees gevestigd. Tussen 1945 en 1950 werden er gezinnen van “Verkeerde Nederlanders” ondergebracht. In 1949 was er opvang voor Indonesisch-Nederlandse gezinnen die op de vlucht waren voor Soekarno.

Kolderwolde:

Algemeen:

Kolderwolde is de verkorte benaming voor Koudumerwoude. In 1505 wordt het dorp vermeld als Colderwold. De naam bewaart de herinnering aan tijden dat hier veel bos was te vinden.

Oordenwei:

  • Een oord is de benaming voor een meertje. De Oordenwei verwijst naar het deel De Oorden ten zuiden van De Fluessen.

Ritlânswei:

  • De herkomst van deze naam is onbekend. Ook op oude kaarten komt de naam niet voor.

Venenwei:

  • In de volksmond wordt deze weg zo genoemd. De herkomst is onbekend. Mogelijk is er een verband met veengrond.

Mirns:

Algemeen:

In de 13e eeuw wordt Mirns al genoemd met de naam Midlinghe. Mogelijk heeft de naam iets te maken met een Oudfries woord “Middila”wat “plaats in het midden” betekent.
Mirns had vroeger een vissershaven, een zogenaamde “schutshaven”. In 1517 werd het dorp geplunderd en platgebrand door de Bourgondiërs.
Tot 1 juli 1953 heette het Mirns en Bakhuizen.

Brandenburch:

  • Aan het eind van dit bospad staat nu een boerderij. In 1770 werd het pad omschreven als Brandenburg en Braamberg. Het pad liep vroeger het bos in richting het voormalige Belvedère.

Breelenswei:

  • De stukken grond begrensd door de Breelenswei, de Murnserdyk en de Hegeburgsterwei worden sinds lang De Breelen genoemd. In oude teksten staat “breel” omschreven als een lang stuk touw met drijvers voor een visnet. Mogelijk werden deze brelen vroeger hier gedroogd.

Lang Paedtsje:

  • De herkomst van de naam is onbekend. Het was blijkbaar altijd al een lang paadje.

Murnserdyk:

  • Vanouds de verbindingsweg tussen Rijs en Mirns.
    Aan deze weg ligt het bekende Seehanne; een onderduikadres tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wieldyk:

  • In de uiterste zuidwesthoek van Gaasterland ligt de Wielpolder (ingepolderd in 1632) De Wieldyk ontleent haar naam aan deze polder.

Nijemirdum:

Algemeen:

Rond het jaar 1000 was er een dorp en dat heette "Mardum". Die naam werd trouwens op heel wat verschillende manieren geschreven: Merthen, Merthum, in 1153 als Mairden en in 1336 als Maerdum.

In de tweede helft van de 14e eeuw ontstond er een nieuw dorp op dezelfde zandrug waarop ook Maerdum lag. Vanaf 1399 is er dan sprake van Nuwe Merden, Naemardum en in 1493 Nijemardum. En in 1548 werd er zelfs in het Latijn over Novamarden gesproken.

De kerktoren van Nijemirdum stamt uit de tweede helft van de 14e eeuw. Oorspronkelijk zat er aan de toren ook een kerk vast. In de 18e eeuw is die kerk afgebroken. De kerk was in 1516 ook al eens afgebroken en  weer herbouwd, nadat een stel Bourgondiërs de kerk in brand had gestoken.

Er is een legende van een oude Martha en een jonge Martha. In die legende wordt verteld dat loslopende koeien die zich ten slotte verzamelen op één punt, de plaats van een te bouwen kerk aanwijzen.  Dat verhaal slaat niet alleen op de kerk van Nijemirdum, maar wordt over heel veel andere kerken verteld.

In 1825 braken de dijken bij Nijemirdum en een groot deel Van Nijemirdum en omstreken kwam onder water te staan. 

Boegen:

  • Aan het eind van de Sminkevaart heeft een boerderij gestaan die De Boegen heette.

De Bremer Wyldernis:

  • De Bremer Wyldernis dankt haar naam aan de brem die hier vroeger veel voorkwam. Het bos werd in 19e eeuw aangelegd als exploitatiebos door de grootgrondbezitter Van Swinderen.

De Griene Singel:

  • Op een oude kaart komt de naam Zwarte Singel voor. De Griene Singel was vroeger de oprijlaan naar Huize Lycklama Bosch. (zie Lycklamawei)

De Hege Bouwen:

  • Op oude kaarten staat De Hooge Bouwing of Hooge bouwlanden. De landen zijn hoog gelegen en worden gebruikt als bouwland.

Heaburgen:

  • Op een kaart van 1718 komt de naam al voor. Mogelijk stonden hier vroeger enkele hooibergen.

Heidepaed:

  • Een oude benaming voor een pad door de heide.

Hoitebuorren:

  • Waarschijnlijk vernoemd naar een persoon met voornaam Hoite die hier vroeger heeft gewoond.

Jeneverdyk:

  • Waar deze naam aan is te danken weet niemand meer. Wel komt de naam al vanaf 1800 voor op kaarten. Heel waarschijnlijk stonden hier vroeger veel jeneverbesstruiken.

Lyklamawei:

  • In 1630 koopt grietman Rintcke Lyklama van Stellingwerf onder andere een gebied bij Nijemirdum. Rintcke en zijn vrouw stichtten er een buitenplaats voor hun zoon Hans Lycklama. Deze Hans werd in 1637 grietman van Gaasterland. In 1710 werd Regnerus Lycklama van Wyckel eigenaar van de buitenplaats. In hetzelfde jaar werd hij grietman van Gaasterland. Regnerus werd ook wel Baron Rengers genoemd. Later werd de familie van Swinderen eigenaar van het buiten. In 1845 werd de buitenplaats gesloopt. Op de plaats van vroegere huis staat nu een boerderij. De huidige “Griene Singel” was vroeger de oprijlaan naar Huize Lycklama Bosch.
    Aan de Lycklamawei staat nu nog de voormalige kerktoren met daarachter de begraafplaats met o.a. 9 graven van tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen vliegeniers. (bron: nijemirdum.nl)

Master Bodestrjitte:

  • Piet(er) Bode werd op 10 januari 1929 geboren in Ridderkerk. Vanaf zijn benoeming tot schoolhoofd in 1954 heeft Bode zich gedurende zijn loopbaan ingespannen voor het culturele leven in Nijemirdum. Jarenlang was hij lid van de feestcommissie en gedurende 15 jaar voorzitter van Dorpsbelang. Ook was hij nauw betrokken bij het oprichten van een verzetsmonument op de IJsselmeerdijk. Bode was ook betrokken bij de oprichting van de Stichting Molen Nijemirdum en verder actief op het gebied van gezondheidszorg en geschiedschrijving.
    Bode is voor zijn verdiensten geridderd in de Orde van Oranje Nassau. Ook mocht hij de cultuurprijs 1991 van de gemeente Gaasterlân – Sleat in ontvangst nemen. Piet(er) Bode is overleden op 12 juli 2013 op 85-jarige leeftijd. Hij bleef zich ondanks al zijn verdiensten “schoolmeester” noemen. (Balkster Courant)

Nij Amerika:

  • In 1899 stond deze naam voor het eerst op de kaart. In 1853 en 1854 emigreerden 52 van de 60 leden van de “Fine Menisten”uit Balk naar Amerika. Zo konden ze de verplichte dienstplicht ontlopen en kregen ze ruimte voor hun orthodoxe manier van leven. Ze vestigden zich in een verlaten gebied en moesten om er te kunnen wonen bomen kappen, de grond bewerken en hun eigen huis bouwen.
    In Gaasterland waren er in die tijd ook veel woeste gronden met bos. Zo ook ten noorden van Nijemirdum. De bossen werden gekapt om er weiland van te maken, want gras leverde meer op dan hout. De boeren die er kwamen wonen, waren arm en moesten keihard ploeteren om in leven te blijven. Ze leken wel op de “Fine Menisten” in Amerika. Mogelijk ontstond in deze streken zo de naam Nij Amerika. (zie ook fan Klif en Gaast 2018-1)

Omrin:

  • Dankzij deze straat is het in Nijemirdum letterlijk mogelijk geworden om een ommetje te maken.

Sânfeartsdyk:

  • Deze weg loopt langs de Sânfeart. In 2007 werd de naam Zandvaart officieel veranderd in het Friese Sânfeart.

Wissebuurt:

  • Herkomst niet na te gaan. In de volksmond is de buurt bekend als kanarievlucht. Mogelijk woonde hier vroeger een man met de naam Wisse.

Wytlânsdykje:

  • De weg is aangelegd op een vanouds bekend stuk land met de naam It Wytlân. Waarschijnlijk dankt deze weg haar naam aan de witte ondergrond die soms bij het ploegen zichtbaar werd.

Oudega:

Algemeen:

Oudega is de voornaamste plaats van de vier dorpen (Elahuizen, Nijega, Oudega en Kolderwolde) langs de Fluessen. De vier dorpen vormden het vroegere Noordwolde of IJgewouden. De geschiedenis van IJgewouden is nauw verbonden met de naam van Ige Galesz. Galama. De Galamastins stond in Oudega.

Oudega komt omstreeks 1530 voor als Oldegae iets later als Otgae. Al deze namen betekenen “oud dorp”,

Aldewei:

  • Na het aanleggen van de nieuwe weg om de kern heen van Oudega, is deze straat door het dorp blijven bestaan.

Algemiene Wei:

  • De straat is vernoemd naar de Algemiene Vaart die liep van de huidige Ige Galamawei naar het sluisje aan de Fluessen. Deze vaart werd eerst aangeduid als de (Groote) Turfvaart, maar de naam is later aangepast naar Algemeene Vaart.

Bokkeleane:

  • Al voor 1800 komt de naam Boklaan of Bokkelaan voor. De herkomst van de naam is niet helemaal duidelijk. Sommigen gaan uit van een plat type boot de “Bok”. Meer waarschijnlijk is dat de straat is vernoemd naar een persoon met de naam Bokke.

Ige Galamawei:

  • De 14e en 15e eeuw waren voor Friesland een “strieminne tiid”. De Schieringers en de Vetkopers vochten elkaar de tent uit; gewoon burgeroorlog dus.
    Ige Galama, aanvoerder van de Vetkopers, had een stins in Oudega genaamd Old Galama. De stins werd in 1486 verwoest.
    Ige heeft zijn leven lang gevochten en werd door velen “it swyn út de Wâlde” genoemd. Toen hij tenslotte gevangen werd genomen, moest hij zijn wandaden opbiechten en werd daarna doodgeslagen.

 

 

 

It Stalt:

  • Vroeger liep door het dorp een vaart die op oude kaarten de Woudvaart werd genoemd. In de volksmond werd dat de Ald Feart. De vaart diende voor afwatering van het gebied. In deze vaart werd, staande op “it stalt” (Gaasterlands “it stap”), de was gedaan en werden er melkbussen schoongemaakt.

Klaas Gelkesstrjitte:

  • De straat is vernoemd naar Klaas Gelkes van der Wal. Hij stelde zijn land beschikbaar voor woningbouw. Eerst zou de straat Klaas Gelkes van der Walstrjitte worden genoemd. Op voorstel van zijn dochter werd de naam veranderd, omdat haar vader altijd gekend was als Klaas Gelkes. De volledige naam vond ze wat overdreven “daar mijn vader niet iemand geweest is die een bijzondere plaats innam voor de gemeenschap”; een bescheiden mens dus.

Oer de Draai:

  • In de vroegere Ald Feart was tegenover de kerk een wat breder deel in deze vaart. Hier konden de skûtsjes keren.

Sanne Windwei:                                                                                               

  • Sanne Wind (1925-1946) uit Oudega ging in 1945 als oorlogsvrijwilliger met het Bataljon Friesland naar Java in het vroegere Nederland-Indië. Hij was chauffeur van een patrouille die mijnen moest ruimen. Bij een plotselinge vijandelijke aanval werd Sanne gedood op 5 september 1946.

 

 

 

 

Oudemirdum

Algemeen:

Wanneer Oudemirdum als dorp is ontstaan is niet precies bekend. Maar zo rond het jaar 900 moet er al bewoning rondom een kapel zijn geweest.
Vanaf ongeveer 1300 werd de kleine nederzetting een onderdeel van het klooster in Stavoren en werd bekend onder verschillende namen: Meretha, Merthen, Mairdum en Mirdum. In oorsprong betekenen deze woorden “heuvel aan zee”.
In 1329 werd voor het eerst de naam Oudemirdum genoemd. Waarschijnlijk omdat in die tijd ook Nijemirdum op de kaart kwam.

Ook Oudemirdum heeft roerige tijden gekend. In 1329 werden Oude- en Nijemirdum platgebrand door graaf Willem III van Holland. In 1337 deed hij dat nog een keer. In 1516 brandden de Bourgondiërs en de Hollanders Gaasterland plat.

In 1857 vermeldde meester Baukema dat Oudemirdum bestaat uit een toren, een kerk, een pastorie, een onderwijzerswoning (De Brink 22), een school, 19 huizen en 4 boerderijen.

De kerk van nu is in 1790 gebouwd op de fundamenten van de oude kerk. Deze “nieuwe” kerk werd betaald door de verkoop van het puin (tufsteen) van de oude kerk. Tufsteen is erg kalkhoudend en zeer bruikbaar als mest voor arme zure heidegronden. (wij noemen dat nu recycling)
Invoering straatnamen in G.S. in 1953

Beukenlaan:

  • Aan weerszijden van deze laan staan monumentale beukenbomen.

 Binnenwei:

  • Een verbindingsweg binnen het dorp tussen de Gaestwei en de Hegewei.

Boegen:

  • Aan het eind van de Sminkevaart heeft een boerderij gestaan die De Boegen heette

De Alde Buorren:

  • De Alde Buorren heeft verschillende namen gehad: Vile Lepeestraat, Dorpsstraat, Joldenerstraat.Tussen 1840 en1860 zijn er zes woningen gebouwd door een soort van woningbouwvereniging.Buorren is een Fries woord voor een buurt, buurtje, of buurtschap.

 

De Brink:

  • Een brink was vroeger een ruimte met gras aan de rand van een dorp waarop het vee werd verzameld om door een herder naar de gemeenschappelijke weidegronden te worden gebracht. In later tijden verdween het gras en zo’n brink veranderde langzamerhand in een dorpsplein voor markten en dorpsfeesten.De Brink in Oudemirdum heeft verschillende namen gehad: De Nieuwe Streek, Dubbelstraat, Parkstraat, Star Numanwei en uiteindelijk De Brink.

De Bûgel:

  • Een bûgel was een zelfgemaakt vangwerktuigje dat in een tak van een boom werd geklemd. In een boom werden vanaf 1 oktober meerdere bûgels gehangen. In de bûgel werden lijsterbessen (kwikkebeien) gehangen. De hongerige vogels die uit Noord-Europa naar Gaasterland kwamen om de winter door te brengen, vielen uitgehongerd aan op de bessen. Helaas voor de vogels raakten ze verstrikt in de bûgel en stierven. De lijstervanger kwam elke middag om de dode vogels op te halen en weer nieuwe lijsterbessen in de bûgel te hangen.
    De gevangen vogels werden thuis gesorteerd, in korven verpakt en nog dezelfde dag naar België en Frankrijk verstuurd. Daar werden ze in restaurants opgediend als lekkernij.

De Bûterkamp:

  • De herkomst van deze naam is onbekend. Mogelijk is er een verband met een goed stuk weiland met gras dat prima boter opleverde. Misschien groeiden er ook wel veel boterbloemen.

De Dollen:

  • Op oude kaarten wordt deze streek al De Dollen genoemd. In het Fries is "dollen" het opgraven van dingen uit de grond. Het gebied De Dollen ligt aan het eind van een keileemrug en er zitten veel grote keien in de grond. Mogelijk is de naam te danken aan de noodzaak om de keien uit de grond te halen voordat je zonder schade met een ploeg het land kon verwerken.

De Flechtreed:

  • De flecht was een gekapt stuk bos (zo’n 15 bij 40 meter) met daarop laag struikgewas. Op zo’n open ruimte werd een net gespannen om vogels te vangen. Voor zo’n open plek moest aan de eigenaar van het bos drie gulden huur per jaar worden betaald.

De Grintfisker:

  • Als er niet veel vis te vangen viel in de Zuiderzee (het tegenwoordige IJsselmeer) gingen de vissers tussen 1900 en 1933 grind opvissen langs de kust van Gaasterland. Dat grind werd verkocht om te worden gebruikt in de betonindustrie, maar ook werden er wegen mee verhard en dijken verzwaard.

De Houtwâl:

  • De herkomst van de naam is onbekend

De Ikebosker:

  • Eekschillers (ikeboskers) haalden de schors van jonge eikenbomen af. Deze schors bevat veel looizuur en werd verkocht aan de leerlooierijen. Dat looizuur werd gebruikt om leer te looien. In het voorjaar kwam de sapstroom in de bomen goed op gang en de schors was gemakkelijk van de boom te halen. De ikeboskers maakten een soort bok van een dikke boomstam waarop een stam werd gelegd en met behulp van een klophamer werd de schors losgeklopt door zes tot acht mannen.
    De kloppers maakten werkdagen van elf uren. Ze begonnen ’s morgens om vier uur, want in de vroegte zat de schors lekker los. Op 1 juli moest het werk klaar zijn. De kale stammetjes werden “neakene mantjes”genoemd. Ze werden in bosjes gebonden en verkocht als kachelhout.

De Kwikkebei:

  • Kwikkebei is het Friese woord voor lijsterbes. De bessen zijn zeer geliefd bij vogels. Vooral merels en lijsters zijn er dol op.

 

De Lysterfanger:

  • Om wat bij te verdienen werden vroeger lijsters (lysters) gevangen en verkocht als lekkernij. Er werd gebruik gemaakt van een bûgel. Voor het recht om lijsters te vangen moest een vergoeding worden betaald aan de eigenaar van het bos. In 1918 maakte de regering een eind aan dit bedrijf. (zie ook De Bûgel)

De Snipfanger:

  • Een poelier betaalde aan het eind van het jaar 1800 voor een houtsnip ongeveer twee gulden. Veel geld dus. Aan de rand van een laan in het bos bouwde de snippenvanger zijn flecht. De flecht was een gekapt stuk bos (zo’n 15 bij 40 meter) met daarop laag struikgewas. In dat vrij open stuk bos werd een rechtopstaand net gezet. Dat net kon met touwen en katrollen naar beneden vallen en de vogel was gevangen. Vooral het Jolderenbos en het Rijsterbos waren geliefd bij de snipfangers. In 1924 werd door de overheid een einde gemaakt aan het snipfangen.

De Stobberoeier:

  • De bossen in Gaasterland zijn aangeplant om er geld mee te verdienen. Er werden systematisch bomen gekapt voor de leerlooierijen en de mijnbouw. De achtergebleven stronken (stobben) werden verwijderd (gerooid) door de stobberoeiers. Iedereen die wel eens een stronk in eigen

Fonteinwei:

  • De weg naar de fontein in het tegenwoordige Fonteinbos. De fontein was een bron die nooit opdroogde. Op zondagavond was het een ontmoetingsplaats voor de opgroeiende jeugd. De jonge dames haalden dan water voor de was op maandag en dat gebeuren trok weer jonge heren aan.

Gaestwei:

  • Deze straat dankt haar naam aan de gaasten (hoogten) waaraan ook Gaasterland haar naam heeft te danken. Deze hoogtes heetten vroeger gaasten. Het zijn keileemruggen, overdekt met een laag zand. De keileemruggen waren een natuurlijke zeewering tegen het water van de Zuiderzee en zijn dat nu nog voor het IJsselmeer. Een ervan is het Mirnser Klif (Murnser Klif). Het hoogste punt van Gaasterland is 12,70 meter boven NAP ten zuidwesten van Oudemirdum aan de rand van het Jolderenbos. (Wikepedia)

Grôtbuorren:

  • Op oude kaarten komt de naam Gortburen voor. Mogelijk is de betekenis te danken aan de buurt van ene Ger(ri)t. Een andere mogelijkheid is dat hier vroeger gerst werd verbouwd en gepelde gerst is gort.

Hege Bouwen:

  • Het verlengde van de onder Nijemirdum liggende hoge landbouwgronden.

Hegewei:

  • Deze straat loopt langs de kerk en het kerkhof. In vervlogen tijden werd dit deel van Oudemirdum het Kerkehoogh genoemd. Aan dit hoger gelegen deel van het dorp dankt de Hegewei haar naam.

Heidepaed:

  • Dit pad loopt langs de Nijemirdumerheide en in de volksmond staat het al eeuwen bekend als het Heidepaed.

Hoitebuorren:

  • Al sinds mensenheugenis staat het gebied bekend als Hoitebuorren. De herkomst is onbekend. Woonde hier vroeger een Hoite?


Huningspaed
:

  • De naam komt al voor op oude kaarten. De herkomst is onbekend. Mogelijk was een dergelijk pad erg geschikt voor bijenkorven dankzij veel voorkomende bloemen waaruit bijen hun nectar (dunne honing) haalden..

Jan Schotanuswei:

  • Jan Schotanus werd op 12 augustus 1924 in Mirns geboren. Hij woonde in Oudemirdum. In 1945 meldde hij zich als oorlogsvrijwilliger en in november vertrok hij via Engeland en Malakka naar Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Op West-Java werd hij sergeant bij de infanterie.
    Op 21 juli 1947 begon de eerste politionele actie. Op de allereerste dag van die actie sneuvelde Schotanus bij Tjileungsir toen hij in het voorterrein een verkenningsactie uitvoerde. Hij werd gedood door kogels van zijn medesoldaten, omdat die dachten dat ze met een vijand te maken hadden.

 

  • De familie Wouda uit Sneek liet in 1909 dit nog steeds bestaande huis bouwen aan de huidige Jan Schotanusweg. Het was een vakantiewoning en kreeg de naam Simmerwille. Toen nog een rustig plekje zonder buren en zonder een school even verderop.

Kerkstraat:

  • Deze straat loopt langs de kerk. Deze huidige PKN-kerk is in 1790 gebouwd op de fundamenten van een oudere kerk die hoorde bij de abdij van Corvey. In 1926 is de kerk vergroot vanwege enorme aanwas van de gelovigen.

Kippenburg:

  • In 1834 liet Jonkheer G. van Swinderen hier een pluimveebedrijf bouwen. In 1850 werd het bedrijf omgebouwd tot café.

Kooilaan:

  • Deze naam staat al op oude kaarten. In dit gebied bevond zich vroeger een eendenkooi.
    Een eendenkooi bestaat uit een ruime vijver waar enkele smalle sloten op uitkomen. Eenden uit Noord-Europa die de winterkou ontvluchten en warmere streken opzoeken, zoeken op hun reis rustplaatsen. De kooiker lokt deze overvliegende eenden met zijn gekortwiekte, tamme eenden en zijn kooikerhond en vangt ze. De gevangen eenden worden verkocht voor consumptie. (±Wikipedia)(zie ook Fan Klif en Gaast n0 26, dec. 2012)

Lege Leane:

  • Deze straat ligt in een laagte en overstroomde nog wel eens als na hevige regenbuien het water niet weg kon. Na een aanpassing in het rioolsysteem is dit probleem grotendeels opgelost.

Liemdobben:

  • Een dobbe is een natuurlijke of gegraven poel. Dergelijke poelen werden gebruikt als bluswater bij brand. Ook werden ze gebruikt als drinkplaats voor het vee. Het “liem” in de naam komt van keileem. Een laag keileem laat weinig water door en op die plaatsen ontstaat gemakkelijk een poel of dobbe.

Liemerige Wei:

  • De weg is vernoemd naar het hier veel voorkomende keileem.

Marderhoek:

  • Dit gebied ligt ten zuiden van Oudemirdum (Mardum) en wordt al sinds lange tijd zo genoemd.

Oude Balksterweg:

  • De oude verbindingsweg tussen Rijs en Balk

Roune Leane:

  • Een laan die via een u-bocht aan beide kanten uitkomt op de Lege Leane. Het is geen echte laan, want de bomen ontbreken.

Sânfeartsdyk:

  • Deze weg loopt langs de Sânfeart. In 2007 werd de naam Zandvaart officieel veranderd in het Friese Sânfeart.

Skouleane:

  • Waar de Van Swinderenvaart en de Spokershoekvaart samenkomen bevond zich vroeger een schouw waarmee je naar de overkant kon worden gezet. Een schouw is een ander woord voor overzetveer. In 1844 stond er een huis bij de veerpont en daaruit is een kleine buurtschap ontstaan. Aan deze schouw dankt De Skou haar naam.
    Rond 1960 vond er aan de rand van de vaarten zandwinning plaats. Er ontstond zo een plas die al snel gebruikt werd voor watersport. Er kwam zelfs een klein haventje. (±Wikipedia)

Sminkewei:

  • Langs deze weg loopt de Steendollens of Sminkevaart. Aan deze weg stond vroeger een boerderij van boer Smink

Star Numanwei:

  • De buitenplaats Riniastate werd jaren bewoond door de familie Star Numan. Deze familie had veel grondbezit in Gaasterland. (De bossen onder Kippenburg worden nog steeds Star Numanbossen genoemd.

Stiendollen:

  • De uit de ijstijd achtergebleven stenen in de Gaasterlandse grond werden door de stiendollers opgegraven en verkocht om te worden vermalen. De gemalen stenen werden gebruikt als wegverharding.

Wyldpaed:

  • De herkomst van de naam is onbekend.

Ruigahuizen:

Algemeen:

In 1243 werd al melding gemaakt van Rughahusem en in 1579 van Rugahuysen. De plaatsnaam verwijst waarschijnlijk naar een nederzetting in een ruig begroeide streek. Mogelijk kan Ruig en Ruigahuizen ook verwijzen naar de familie- of persoonsnaam “Roege”.
Het dorp heeft een kerk gehad, maar die is in de 18e eeuw afgebroken. Het kerkhof met een klokkenstoel bleef bestaan. De klokkenstoel raakte in verval en werd in 1920 afgebroken. In 1954 kwam er een nieuwe klokkenstoel met een klok uit 1746. Die klok werd in 1975 gestolen. Er werd een lichte klok in de stoel gehangen, maar 2003 werd er weer een zwaardere klok uit 1928 ingehangen.

Boekesingel:

  • Een weg met beukenbomen.

Coenderssingel:

  • Vrij zeker vernoemd naar een zekere Coenders.

De Bremer Wyldernis:

  • De Bremer Wyldernis dankt haar naam aan de brem die hier vroeger veel voorkwam. Het bos werd in 19e eeuw aangelegd als exploitatiebos door de grootgrondbezitter Van Swinderen.

Houtdyk:

  • De herkomst van de naam is onbekend.

Jan Jurjenssingel:

  • Staat zo al genoemd op een kaart van 1854. Waarschijnlijk heeft hier vroeger een Jan Jurjen gewoond.

Lutswâl:

  • De weg loopt langs het vaarwater De Luts.

Rûchhústerwei:

  • De weg naar Ruigahuizen.

Slieprigewei:

  • De herkomst van de naam is onbekend.

 Tjerkhofleane:

  • Langs deze weg ligt het Ruigahuister kerkhof.

Rijs:

Algemeen:

Rijs behoorde vroeger toe aan de familie Galama. Deze familie had een stins, niet ver van het latere buitenhuis. De eigenlijke stichter van Rijs was Hiob de Ruyter de Wildt. Hij was oud-secretaris van de Admiraliteit van Amsterdam. In de 17e eeuw werd hij eigenaar van Rijs en omstreken. Het gebied bestond uit heuvelachtige heidevelden. Hij liet graan verbouwen en legde tabaksplantages aan. Hij bouwde een buitenhuis en plantte bossen en singels.

In 1756 werd deze streek het eigendom van Ulbo Aylva Rengers, grietman van Gaasterland. In de 19e eeuw kwam door een huwelijk Rijs en omstreken in het bezit van de familie Van Swinderen. In 1937 verkocht de laatste bewoonster, jonkvrouwe Van Swinderen, het in 1847 gebouwde “Slot Rijs” en het bos. In 1939 werd het buiten afgebroken.

In de 13e eeuw was er sprake van dat er in Rijs een kapel zou hebben gestaan met een Mariabeeld in Friese kledij.

David de Wildtwei:

  • Hiob de Wildt (1637-1700) was secretaris van de Admiraliteit van Amsterdam. Voor die tijd bezat hij het enorme vermogen van 170.000 gulden. Dat bedrag stelde hem in staat om een landgoed onder Rijs te stichten.
    Dat landgoed ging vervolgens over op zijn zoon David (1662-1729) en kleinzoon David (1717-1746)

 

 

 

 

De Griene Leane:

  • Deze naam komt al op oude kaarten voor.

Enkhuizerleane:

  • De naam is al sinds eeuwen zo bekend.

Freule van Swinderenlaan:

  • Deze laan was vroeger de oude slotlaan van Huize Rijs.  Jonkvrouwe Q.J.J. van Swinderen schonk in 1939 de laan met bijbehorende bomen en bermen aan de gemeente.

 

 

 

Hegeburchsterwei:

  • Vanouds aangeduid als Hooge Bergen. Het terrein is er heuvelachtig en vormt één van de hoogste delen van Gaasterland.

Huningspaed:

  • De naam komt al voor op oude kaarten. De herkomst is onbekend. Mogelijk was een dergelijk pad erg geschikt voor bijenkorven dankzij veel voorkomende bloemen waar bijen op afkwamen.

Leise Leane:

  • Genoemd naar de vroeger aan deze laan gelegen Rijster Leien, een poel die al jaren geleden droog is gelegd.

Marderleane:

  • Genoemd naar de Mardersloot.

Mientwei:

  • Een mient is een stuk grond, meestal weiland, dat gebruikt mag worden door iedereen uit het dorp; gemeenschappelijk bezit dus.

Murnserleane:

  • Een verbindingsweg tussen Balk, Mirns en dan naar Stavoren.

Smitsleane:

  • De naam komt al voor op een kaart van 1854 en is genoemd naar een smid die daar heeft gewoond of gewerkt.

Sloten:

Algemeen:

Sloten is in de 13e eeuw ontstaan bij de stins van de familie Harinxma thoe Slooten. In die tijden liep er een waterweg van Sneek naar de Zuiderzee. (de Ee) Ook liep er een landweg van Duitsland naar Stavoren over de hoger gelegen gebieden van onder andere Gaasterland. Waar de waterweg en de landweg elkaar kruisten, werd deze stins gebouwd. Bij een stins was het betrekkelijk veilig wonen. De familie Harinxma thoe Slooten was aanhanger van de Schieringers en ze hadden regelmatig ruzie met de Vetkopers. De vete tussen de Schieringers en de Vetkopers was eigenlijk niets anders dan een burgeroorlog.

In 1426 krijgt Sloten stadsrechten. In 1523 is Sloten de laatste Friese stad die in handen valt van de Heer der Nederlanden, Karel V. Hij laat de wallen afbreken. In 1559 krijgt Sloten het recht om een jaarmarkt te houden.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden in de jaren 1581 en 1582 de wallen weer opgebouwd naar een ontwerp van Menno van Coehoorn. De stad nam dankzij haar wallen een sleutelpositie in tegen de Spanjaarden.

In het stadswapen staan twee gekruiste sleutels en een stins.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers de brug over de Ee vernield om de Canadezen tegen te houden.

Achterom:

  • Een straatje om even achterom langs de vroegere stadsmuur te lopen.

Arjen Rypkemawei:

  • Arjen Rijpkema, een klein boertje die 101 jaar is geworden, woonde aan de Jeen Hornstraweg in Wijckel. Hij stierf op 14 november 1953. Rijpkema heeft gedurende vele jaren zijn schapen gehouden op de grond bij de huidige weg en zo kreeg deze weg haar naam.

Baanweg:

  • Deze straat is in 1619 al bekend als de Baenwech en ook wel Banwech. Het is waarschijnlijk dat hier vroeger een lijnbaan was waar touw werd geslagen. Touw werd vroeger veel gebruikt en elke plaats van betekenis had wel een lijnbaan.

Bakkerstraat:

  • De straat waar de bakker woonde.

Bolwerk Noordzijde:

  • Hier stond vroeger de noordelijke stadsmuur.

Bolwerk Zuidzijde:

  • Hier stond vroeger de zuidelijke stadsmuur.

Breedstraat:

  • Een straat die blijkbaar wat breder was dan gebruikelijk.

 Burg. G.H. Mulierstraat:

  • Gerard Haitsma Mulier (1887-1976) was burgemeester van Sloten van 1913 tot 1919. Zijn vader Eco Haitsma Mulier was ook al burgemeester van Sloten van 1872 tot 1874.
    De straat werd vernoemd naar G.H. Mulier vanwege zijn verdiensten voor het vreemdelingenverkeer en voor het watertoerisme in Sloten. Aan de heer Mulier is het ook te danken dat de Waterpoort en de Ned. Herv. kerk in Sloten werden gerestaureerd.

Dubbelstraat:

  • Een dubbelstraat is een straat met aan beide kanten huizen. Blijkbaar was bebouwing aan beide straatkanten iets bijzonders.

G.G. van der Walplein:

  • In 1944 krijgt de stad Sloten een legaat van de heer Gerben Gerrits van der Wal. Van de gelden uit dat legaat moet een gebouw worden gebouwd voor behoeftige ouden van dagen die daar gratis mogen wonen. Er zal niet worden gelet op geloof. Zowel echtparen als alleenstaande mannen en vrouwen die 60 jaar of ouder zijn, mogen er wonen. Verder moeten de bewoners wekelijks 6 gulden per week krijgen. Ook vandaag krijgen de bewoners nog steeds wekelijks een bedrag van 6 gulden. (zie ook Klif en Gaast nr. 25)


Haverkamp:

  • Waarschijnlijk een stuk land buiten de stadsmuren waar haver werd verbouwd.

Heerenwal:

  • In het pand van het vroegere stadhuis van Sloten uit 1759 is nu het Museum Sloten gevestigd. Ook de oude burgemeesterswoning is hier te vinden. Ongetwijfeld een straat voor deftige heren.

 

 

It Far:

  • “It Far” heeft in het Nederlands de betekenis van “het verre”. De straat ligt in het verlengde van de “Varleane”. Mogelijk klopt de naam “It Far” niet, “It Var” zou beter zijn. Daar is om drie redenen niet voor gekozen. Het Fries kent geen letter V aan het begin van een woord. Ten tweede omdat "var" in het Nederlands "jonge stier" betekent en dat is een wat vreemde straatnaam. Daarnaast zou "It Var" een combinatie zijn van het Friese woord "It" en het Nederlandse woord "Var". (zie ook: Varleane)

Jachthaven:

  • De weg naar de jachthaven

Kapelstreek:

  • Aan deze straat staat de R.K. kapel

Kerksteeg:

  • Deze steeg is te vinden tussen de kerk en het museum en eindigt in de Koestraat.

Koestraat:

  • De straat die diende om de koeien door de Koepoort naar het buitengebied te brengen.

 

 

 

 

Lange Jerden:

  • Een “jerde” is een oude Friese lengtemaat. In het Nederlands is het woord “roede” van oudsher bekend. Een jerde is ongeveer 3,86 meter. Ongeveer, want in vroeger tijden bestonden er nog geen gestandaardiseerde maten. Denk aan de el (van ellenboog tot vingertop), de duim, de voet. Allemaal maten die heel lang geleden afgeleid werden van lichaamsdelen. Maar niet alle mensen zijn gelijk en dus ook hun lichaamsdelen niet. Om misverstanden te voorkomen, werden er plaatselijk afspraken gemaakt over vaste maten voor deze lichaamsmaten. De el werd op veel plaatsen vastgesteld op ongeveer 68 centimeter. Op de muur van het gemeentehuis in Workum is nog de replica van de in Workum geldende maat van een el.

Lindengracht:

  • De straat ligt langs de gracht en is beplant met lindenbomen.

Lytse Jerden:

  • Zie Lange Jerden.

Menno van Coehoornstraat:

  • Zie Wijckel

Rûnwei:

  • Deze verbindingsweg loopt langs Sloten en verbindt Wijckel met Tjerkgaast. Dankzij deze rondweg is Sloten vrijwel autovrij.

Ruurd Altastrjitte:

  • Ruurd Alta (1908-1987) was burgemeester van Sloten van 1948 tot 1958

Schoolstraat:

  • De straat met de vroegere school.

Slotmakerssteeg:

  • In deze straat woonde de slotenmaker.

Spanjaardsdyk:

  • Deze naam duidt op de strijd die Sloten in de Tachtigjarige Oorlog voerde tegen de Spanjaarden. De Spanjaarden slaagden er niet in om Sloten vanaf de oostzijde in te nemen en ze moesten zich onverrichterzake terugtrekken.

Stadsschans:

  • Op oude kaarten stond hier de Harinxmaschans. Een schans is een verdedigingswerk. De Harinxmaschans was een uitbouw (bolwerk) in de stadsmuur. Zo’n uitbouw diende om de vijand die een stadsmuur bestormde vanaf de zijkant te kunnen beschieten.

’t Buitenland:

  • Een stuk land buiten de vroegere stadswallen.

’t Fjildmanspaad:

  • De Stichting Vrienden van Sloten heeft in het kader van het 700-jarig bestaan van Sloten als herinnering aan dit jubileum aangeboden om langs de oever van de Ee een pad aan te leggen waardoor het mogelijk wordt om, zonder hindernissen, een wandeling van de jachthaven via de Bonnebrekkenwei naar Wijckel te maken. De Stichting stelde voor om het wandelpad ’t Fjildmanspaad te noemen, gezien het open veld waar het pad doorheen voert. Het pad en de naam zijn er beiden gekomen. (Mogelijk zou “’t Fjildmanspaed” beter zijn geweest.)

Varleane:

  • Op oude kaarten is bij Sloten een meertje te vinden met de naam “Var” en ook “Sloter-var”. Het Nederlands kent ook het woord “var” met als betekenis “jonge stier”. Er zouden misverstanden kunnen ontstaan over de betekenis van de straatnaam “Varlaan”; is het vernoemd naar het oude meertje of naar een jonge stier? Die laatste betekenis had natuurlijk niet de voorkeur en er gingen stemmen op om de naam de veranderen in “Varleane”. Hiermee werd duidelijk verwezen naar het oude meertje Var. (zie ook “It Far”)
    Maar het Fries kent geen letter V aan het begin van een woord. Men heeft er niet voor gekozen om de reeds gekozen straatnaam aan te passen in Farleane. Dat zou enorme kosten met zich meebrengen, want dan zou op allerlei plaatsen en in allerlei bestanden de naam moeten worden veranderd.

Veermanskaai:

  • Deze kade lag aan open water waar de vrachtboten konden aanleggen.

Voorstreek:

  • Op oude kaarten is de Voorstreek veel langer dan nu. De huidige Kapelstreek, de Lindengracht, de Heerenwal en de Voorstreek werden allemaal Voorstreek genoemd. Ze lagen allemaal vooraan ’t Diept, het vaarwater dwars door Sloten.

Wijckelerweg:

  • De weg naar Wijckel.

Sondel:

Algemeen:

Het dorp Sondel is omstreeks 1200 - 1300 ontstaan en ontleent mogelijk haar naam aan een zanderige plaats bij een bosje. In 1422 werd de plaats vermeld als Syndele, in 1503 als Syndel, in 1505 als Sindell en in als 1664 Sundel en Sondel.

In Sondel stond ook het vermaarde slot Beuckenswijk, dat later een boerderij is geworden met twee grote wapenstenen.

Beamkamp:

  • De naam Beamkamp komt van het daar gelegen stukje alleenstaand bos. In de volksmond werd het vroeger ook wel “earmenikker” genoemd. De woningen die er stonden waren van de Algemene Armvoogdij. In 1812 stond hier al een huisje voor mensen die het door omstandigheden niet breed hadden.

Beuckenswijkstraat:

  • Genoemd naar het voormalige herenhuis Beuckenswijk. In 1936 is het huis verbouwd tot boerderij. In de voorgevel van de boerderij zijn nog steeds twee gedenkstenen uit het jaar 1780 te zien met wapens van de families Beuckens, Sierxma, Nauta Beuckens, Hylckama op de ene steen en op de andere het wapen van de familie Carpentier-Rochefort.

De Bremer Wyldernis:

  • De Bremer Wyldernis dankt haar naam aan de brem die hier vroeger veel voorkwam. Het bos werd in 19e eeuw aangelegd als exploitatiebos door de grootgrondbezitter Van Swinderen.

De Hege Bouwen:

  • Hier lagen/liggen hoger gelegen bouwgronden.

De Iedyk:

  • Van Tacosyl naar Sloten loopt het vaarwater de Ee of Ie. Het is dus de weg langs de Ee.

De Leijen:

  • De straat is vernoemd naar de Sondeler Leijen. “Leij” betekent: laaggelegen grond. Achter de Sondeler Leijen lagen polders met een eigen windmotor. Deze windmotoren loosden het overtollige water op de Leijen. In de zomer werd het water van de Leijen gebruikt om de polders te voorzien van water.

Delbuursterweg:

  • Genoemd naar de aldaar gelegen Delbuursterpolder.

Heaburgen:

  • Op een kaart van 1718 komt de naam al voor. Mogelijk stonden hier vroeger enkele hooibergen.

Heechpaed:

  • Letterlijk betekent dit “een hooggelegen zandpad”. Begin 19e eeuw werden de gebieden rond het huidige Sondel in cultuur gebracht. Het Heechpaed is toen aangelegd om een doorgang te maken naar Ruigahuizen en Harich.

It Gaestdykje:

  • De naam is ontleend aan de gaasten die zijn ontstaan in de ijstijden. Het was vroeger een zandpad dat dienstdeed als hoofdweg en men noemde het ook wel de “Oude Balksterweg”.
    Aan het zandpad stonden voor 1940 enkele woningen die met de komst van het Duitse radarkamp “Eisbär” in de Tweede Wereldoorlog zijn verdwenen. Uit de tijd van die woningen werd het zandpad ook wel “Berepaed” genoemd naar een familie die daar woonde. Een ander verhaal vertelt dat er een familie woonde die een beer (mannetjesvarken) aanbood om mee te fokken.

Jacobus Boomsmastraat:

  • Genoemd naar Jacobus Johannes Boomsma, geboren te Sondel op 6 juli 1910. Hij heeft aan deze latere straat gewoond. Boomsma was in de oorlog in het verzet bekend als Karel. Op 6 november 1944 is hij doodgeschoten in Sneek.

 

 

 

 

Krúspaed:

  • De naam duidt op een kruising van wegen; in dit geval met It Gaestdykje.

Noorderreed:

  • De naam komt al voor op oude kaarten; een weg ten noorden van Sondel.

Sondelerdyk:

  • Om het gebied bij doorbraken van de Zuiderzeedijken extra te beschermen, werden er slaperdijken aangelegd. De Sondelerdyk was in 1725 klaar. Het was eigenlijk een rijweg die ook dienstdeed als slaperdijk. In 1848 is de Sondelerdyk vernieuwd en verhard. De doopsgezind wandelende prediker Jacobus Craandijk liep in die tijd door Sondel en zag “een eindelooze regte grintweg te midden van onafzienbare weilanden die naar Lemmer loopt”.

Sondelerleane:

  • Vroeger heette deze weg “Sintel”. Het was een zandpad dat begin 20e eeuw is verhard met sintels toen er auto’s en vrachtwagens op gingen rijden.

Suderséwei:

  • De weg naar de vroegere Zuiderzee.

Swaaigat:

  • Hier lag vroeger een haventje, waar de skûtsjes konden keren nadat ze hun vracht hadden gelost in Sondel. De skûtsjes van inwoners van Sondel die hier lagen, waren van Rein de Vries (de Hoop Doet Leven) en Onne Feenstra (de Cornelia). Beide mannen waren turfschippers. Ze vervoerden ook wel grond, scherp zand en slakken- meel voor de boeren. Bij het Zwaaigat werden de goederen opgehaald door de timmerman en de boeren.

Vogelzangwei:

  • Aan deze weg heeft het gezin Johannes Vogelzang gewoond met 6 kinderen. Het was een vermogende familie. Toen zijn ongehuwde broer Melchert en zijn ongehuwde zuster Joukje kort na elkaar op 14 en 15 januari 1927 stierven, was het geslacht Vogelzang uitgestorven. Bij testament hadden Melchert en Joukje hun aanzienlijke bezittingen nagelaten aan de R.K.-Kerk in Balk.
    De naam Vogelzang is nog steeds te vinden op de palen bij de ingang van de nog steeds bestaande boerderij.

Wijckel:


Algemeen:

In 1412 wordt de plaatsnaam Wijckel al eens genoemd. Zeker is het niet, maar waarschijnlijk verwijst de naam Wijckel naar een open bos van Wike.

In het centrum van Wijckel staat Hervormde kerk met het praalgraf van Menno van Coehoorn.

Bargebekwei:

  • In de volksmond is de naam Bargebek (Fries “baarch”: varken) ontleend aan een aldaar gelegen stuk land. Op de landkaart heeft het gebied de vorm van een varkenskop. Sinds 1846 stond er op de driesprong een herenhuis met de naam Jachtlust.

Bonnebrekkenwei:

  • De weg is genoemd naar het in de buurt liggende natuurgebied de Bonnebrekken.

De Iedyk:

  • Van Tacosyl naar Sloten loopt het vaarwater de Ee of Ie. Het is dus de weg langs de Ee.

De Vinkebuorren:

  • Genoemd naar een man die Vinke heette en daar woonde.

Dokter Hattinkstrjitte:

  • Twee geslachten Hattink zijn van 1890 tot 1964 als huisarts werkzaam geweest in Wijckel. Hendrikus Hattink (1865-1942) was huisarts in Wijckel van 1890 tot 1930. Zijn zoon Jan Hendrik Hattink (1900-1964) was er huisarts van 1930 tot 1964. Vader Hattink heeft van eind 1939 tot mei 1940 de hele praktijk van zijn zoon tijdelijk overgenomen vanwege diens mobilisatie.

Du Toursstraat:

  • Het Fryske Gea heeft op een bepaald moment het Wyckelerbos of Du Toursbos omgedoopt in Van Coehoornbos. Om de naam Du Toursbos niet te vergeten, heeft men de straat vernoemd naar de oude naam van het bos.

Festing:

  • De naam verwijst naar een verdedigbare plaats of vesting. De naam roept herinneringen op aan de vestingbouwer Menno van Coehoorn.

Gaestfjûrwei:

  • De weg is vernoemd naar boerderij “It Gaestfjûr”. Deze boerderij heeft in de Tweede Wereldoorlog een grote rol gespeeld bij wapendroppings. (zie Jeen Hornstraweg)
    De boerderij werd in 1945 in brand gestoken en is in 1954 herbouwd. In de gevel van de boerderij is een gedenksteen geplaatst.

Heerenhoogweg:

  • Het Heerenhoogh is een naam die al op oude kaarten is te vinden.

Iwert:

  • Op oude kaarten is de naam Ybert (Ieburd) te vinden. Burd betekent oever. De Ybert was de naam voor de oever van de Ie, de vaart die door Sloten naar de Zuiderzee liep. Deze Ie heet nu de Ee. In de volksmond werd Ybert omgevormd tot Iwert.

Jachthavendyk:

  • De weg naar de jachthaven.

Jachtlustweg:

  • In de volksmond wordt dit deel van Wijckel Bargebek genoemd. Op de landkaart heeft het gebied de vorm van een varkenskop (zie Bargebek). Sinds 1846 stond er op de driesprong een herenhuis met de naam Jachtlust.

Jeen Hornstraweg:

  • Jeen Hornstra (1900-1945) woonde op een boerderij langs deze weg. In de oorlog werd hij gearresteerd door de Duitsers, omdat ze vermoedden dat hij wapens had verborgen. Op 17 maart 1945 werd hij gefusilleerd in Doniaga.

Lunenburgpaed:

  • Pieter Lunenburg was de grote voorvechter en stichter van de Gereformeerde Kerk Wijckel. In zijn huis werden alle benodigde vergaderingen gehouden.

Lynbaan:

  • Hidde Koornstra had hier in vroeger tijden een touwslagerij of lijnbaan. Op een smalle, lange baan werden draden gespannen die door middel van een bepaald mechaniek samen werden gedraaid (geslagen) tot een touw. Touw was in vroeger tijden een veel gebruikt artikel in de scheepvaart. (zie verschillende YouTube filmpjes)

Lytse Jerden:

  • De Lytse Jerden is naar de daar gelegen streek Lytse Jerden. (zie Lange Jerden bij Sloten)

Meerenstein:

  • De naam is ontleend aan het verdwenen grote buitenverblijf Meerenstein, waar de familie Menno van Coehoorn heeft gewoond.

Menno van Coehoornweg:

  • Menno, baron van Coehoorn (1641-1704) kwam uit en familie van hoge militairen. Hij kwam op 16-jarige leeftijd in krijgsdienst.
    Tijdens veldslagen ontdekte hij allerlei gebreken aan de verdedigingswerken van de steden. Met behulp van de wiskunde werd hij beroemd om zijn ontwerpen van vestingwerken. Hij werd door de Staten Generaal benoemd tot directeur -generaal van de fortificatiën en tot meester-generaal van de artillerie. Zelfs de koning van Spanje verhief hem in 1695 in de adelstand. Verder ontwikkelde hij een klein soort kanon (mortier) ter grootte van een handtas; uitermate geschikt bij belegeringen.
    In de kerk van Wijckel is het praalgraf van Menno van Coehoorn te bewonderen.

 

Munnikeleane:

  • Op oude kaarten aangeduid als Munnikelaan. Deze laan zou een onderdeel geweest zijn van de route waarlangs monniken liepen van Stavoren naar het klooster in Aduard.


Sânmar
:

  • Op oude kaarten komt de naam Zandmeer voor.


Suderséwei:

  • De weg naar de voormalige Zuiderzee.

Vogelzangwei:

  • Aan deze weg heeft het gezin Johannes Vogelzang gewoond met 6 kinderen. Het was een vermogende familie. Toen zijn ongehuwde broer Melchert en zijn ongehuwde zuster Joukje kort na elkaar op 14 en 15 januari 1927 stierven, was het geslacht Vogelzang uitgestorven. Bij testament hadden Melchert en Joukje hun aanzienlijke bezittingen nagelaten aan de R.K.-Kerk in Balk.
    De naam Vogelzang is nog steeds te vinden op de palen bij de ingang van de nog steeds bestaande boerderij.