Oude Ambachten (pagina onder constructie)

Een klein artikeltje in de Leeuwarder Courant van 27 oktober 1902:

 

De arbeiders in de gemeente Gaasterland hebben een voordelige herfst. Het zware werk is gedaan en de vogelvangst staat er goed voor. Het vangen van vogels is voornamelijk in handen van de kleine burgerij en de arbeiders. Veel strikkers verdienen met de vangst al meer dan 100 gulden en anderen zo veel dat de gewone uitgaven voor de winter uit de opbrengst betaald kunnen worden. Ook voor de oogst van fruit en groente was het een goed jaar. De kelders en de zolders zijn weer goed gevuld. De zorgen van veel gezinnen zullen dit jaar minder drukkend zijn dan in vorige jaren.

Een kort artikeltje met veel informatie:

  • 1902 was een uitzonderlijk goed oogstjaar.
  • In 1902 was het vangen van vogels een lucratieve bezigheid.
  • Arbeiders en kleine burgers waren elk jaar afhankelijk van deze bijverdienste.
  • Er heerste veel armoede in Gaasterland.

Gaasterland was sinds lange jaren een gebied met een beperkt aantal hoge heren en dames. Het grootste deel van de bevolking bestond uit mensen die met slecht betaald werk hun lichaam uitputten voor een karig en zorgelijk bestaan. Ze probeerden op allerlei manieren wat geld te verdienen. In onderstaande lijst staan de beroepen van enkele Gaasterlandse dorpen in 1749. De lijst was gemaakt om belastingen te innen. Vandaar de achtervoegsels :

 gemeen: gewoon                 sober: eenvoudig                          gering: klein

biesjager: veldwachter
bijsitter: dorpsrechter
chirurgijn: dokter
executeur: notaris
grietman: bestuurder van een gebied
hospes: hotelier
glaasmaker: glasmaker
procureur: jurist
lakenkoper: inkoper van wollen stof

lijnslager: touwslager
schuiteboer: beurtschipper
sylman: schipper
wieldraaier: maker van wagenwielen
wolkammer: hij bewerkte de ruwe wol
Voor lijsten in omliggende plaatsen klik hier.

Arbeiders

Er waren veel arbeiders of knechten nodig om in tijden zonder machines het vele handwerk te verrichten. Je hoefde er geen opleiding voor te hebben en je kon al op jonge leeftijd arbeider worden. Het loon was meestal niet al te best en veelal werd er veel misbruik gemaakt van deze mensen. Zicht op bevordering was er meestal niet; eens een arbeider, altijd een arbeider.

Rond 1930 (de crisisjaren) was er grote werkeloosheid in heel Nederland. Om dat probleem te bestrijden werden mannen tewerkgesteld om op die manier toch nog iets te kunnen verdienen. Door die mannen werd de Nijemirdumerheide (ongeveer 7 hectare) diep uitgespit en vrijgemaakt van boomstronken. Ook werd er 500 meter weg aangelegd. De tewerkgestelden verdienden bij de gewenste inspanning f. 0,25 per uur.

Boer

Boeren zorgden voor het voedsel dat het volk nodig had. Export en import van voedsel bestond in oude tijden niet. Het grootste deel van de boeren bestond uit kleine boeren. De kleine boer ploeterde voor een karig loon op een stukje grond om wat eten voor zijn eigen gezin te verbouwen. Soms had hij daarnaast een koe, geit of varken voor de melk en het vlees. Vaak was je als kleine boer ook nog verplicht om te werken voor de kasteelheer.

Er waren ook grote boeren die het veel land bezaten en arbeiders in dienst hadden voor het handwerk dat nodig was op de boerderij. Die boeren leefden er goed van. Dat ging wel vaak ten koste van hun knechten die voor een schamel loontje keihard moesten werken. Deze grote boeren verzorgden de voedselvoorziening voor de rest van de bevolking.

Kleine boertjes bestaan er nu nog nauwelijks. Tegenwoordig is groot noodzakelijk om als boer te kunnen overleven. Machines hebben de boerenknechten grotendeels overbodig gemaakt.

Biesjager

Een ander woord voor biesjager (“bies” betekent “boef”) is veldwachter. Hij vangt dus boeven en zou tegenwoordig politieagent worden genoemd.

In veel jeugdboeken hebben voornamelijk jongens het altijd aan de stok met de veldwachter; de jongens zijn hem meestal te slim af. Een bekende veldwachter is “Bromsnor” uit de oude tv-serie “Swiebertje”. De naam Bromsnor is typerend voor het beroep van veldwachter: hij is een indrukwekkende figuur in een mooi uniform met een stoere snor en hij moppert altijd.

Ook waren er opsporingsambtenaren die tijdens de Eerste Wereldoorlog ingezet werden om stropers te vangen. In Gaasterland stonden honderden strikken. De Gaasterlanders kregen hiervan de schuld, maar later bleek dat vluchtelingen uit België, Rusland en Frankrijk de schuldigen waren. Op de foto staan de stoere mannen met de in beslag genomen strikken.